Naar hoofdinhoud
1.. Uitwegen voor werkzaamheden van tijdelijke aard, moeten voldoen aan dezelfde beperkingen, voorschriften en veiligheidseisen als gesteld bij een permanente vergunning. 2.. De geldigheidsduur is in de vergunning opgenomen. 3.. Na beëindiging van de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend wordt de uitweg op kosten van de vergunninghouder opgeheven.

Rechtspraak bij dit artikel