De gemeente is verplicht om kosten voor werkzaamheden of maatregelen waar initiatiefnemers van profiteren bij die initiatiefnemers in rekening te brengen. Dit geldt onder de Wet ruimtelijke ordening maar ook onder de Omgevingswet die op 1 januari 2022 in werking treedt.
Als de gemeente eigenaar is van grond waarop wordt gebouwd is dat makkelijk. De gemeente berekent de gemaakte kosten door in de verkoopprijs van de kavels. Als de gemeente geen eigenaar is van de grond kan zij vooraf een overeenkomst met de eigenaar sluiten. In deze overeenkomst staat welke kosten in rekening worden gebracht. Als het niet mogelijk is om vooraf afspraken te maken moet de gemeente op een andere manier kosten verhalen. Dit kan in het omgevingsplan (de vervanger van het bestemmingsplan) of in een omgevingsvergunning.
In de Omgevingswet geldt het volgende:
De gemeente kijkt eerst of vooraf een overeenkomst kan worden afgesloten met de initiatiefnemer
Dit geldt onder de Wet ruimtelijke ordening en onder de Omgevingswet.. In de Omgevingswet zijn de activiteiten omschreven waarbij het verhalen van kosten verplicht is. Ook geeft de Omgevingswet aan welke soort kosten verhaald worden
De gemeente regelt het via een omgevingsplan of omgevingsvergunning als ‘stok achter de deur’
Als vooraf geen overeenkomst kan worden afgesloten verhaalt de gemeente de kosten via het omgevingsplan of de omgevingsvergunning. Dit laatste geldt voor initiatieven die niet in het omgevingsplan passen. Het daadwerkelijk innen van de kosten vindt plaats via een een concreet besluit. In juridische bewoording heet dit een beschikking bestuursrechtelijke geldschuld.
In de Omgevingswet bestaan twee mogelijkheden voor het verhalen van kosten als dat niet kan door een overeenkomst vooraf:
voor een concrete gebiedsontwikkeling met tijdvak kan in een omgevingsplan of omgevingsvergunning het verhalen van kosten worden geregeld; en
voor organische gebiedsontwikkeling zonder tijdvak kan in het omgevingsplan het verhalen van kosten worden geregeld.
De keuze voor een systeem is afhankelijk van het type gebiedsontwikkeling en is afhankelijk van het ‘tijdvak’.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.5