Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Vlieland 2021

Het bieden van maatwerk staat centraal in de Wmo 2015. Dat betekent dat de vraag of een maatwerkvoorziening nodig is en welke voorziening dit moet zijn, alleen beantwoord kan worden door de individuele omstandigheden in overweging te nemen. In elke situatie kan een andere oplossing passend zijn. Er wordt daarom vaak verondersteld dat maatwerk afbreuk doet aan de rechtsgelijkheid: iedere procedure kan immers een andere uitkomst hebben. Met deze beleidsregels wordt de rechtsgelijkheid echter juist gewaarborgd door een consistente gedragslijn voor te schrijven. Dit moet ervoor zorgen dat er geen willekeur plaatsvindt. Om de rechtsgelijkheid te borgen bevatten deze beleidsregels een afwegingskader. Dit afwegingskader vloeit voort uit de Wmo 2015 en uit de criteria die zijn vastgelegd in de verordening ‘Verordening maatschappelijke ondersteuning Vlieland 2021. Dit afwegingskader moet doorlopen worden tijdens het gesprek met de cliënt en het onderzoek. Vervolgens kan een besluit worden genomen over het wel of niet toekennen van een maatwerkvoorziening. Alleen in bijzondere omstandigheden is het mogelijk om op basis van de hardheidsclausule in de Awb af te wijken van de beleidsregels (art. 4:84 Awb). Indien daar gebruik van wordt gemaakt, moet dat in eigen bewoording in de beschikking worden gemotiveerd. Naar verwachting zal dit niet vaak nodig zijn, omdat met deze beleidsregels is beoogd zo veel mogelijk ruimte te bieden voor maatwerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel