Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.1

Eigen kracht en verantwoordelijkheid

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Vlieland 2021

Het vertrekpunt van de Wmo 2015 is dat inwoners een eigen verantwoordelijkheid hebben voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. De Wmo 2015 stelt dan ook dat van inwoners verwacht mag worden dat zij elkaar daarin bijstaan naar eigen kunnen. Het is wenselijk dat de eigen kracht van inwoners wordt verstrekt. Indien inwoners onvoldoende zelfredzaam zijn of onvoldoende in staat zijn tot participatie aan de samenleving, kunnen zij een beroep doen op ondersteuning vanuit de overheid. Wanneer een inwoner beroep doet op ondersteuning, wordt zorgvuldig onderzocht in welke mate de inwoner in staat is om zijn belemmeringen zelf op te lossen. Tijdens het gesprek kan samen gezocht worden naar een geschikte oplossing, zodat mensen hun eigen kracht benutten en vergroten. Kan een cliënt bijvoorbeeld leren om anders om te gaan met de belemmeringen die hij ervaart? Of zijn er creatieve oplossingen mogelijk? Pas wanneer blijkt dat de eigen kracht of het sociale netwerk onvoldoende of ontoereikend is, wordt verder onderzocht of ondersteuning middels een maatwerkvoorziening nodig is. Eigen kracht kan ook betekenen zelf betalen. Het inkomen of vermogen van een cliënt mag echter geen reden zijn om een maatwerkvoorziening af te wijzen. Ook cliënten met een ruim inkomen of vermogen moeten de mogelijkheid hebben om een maatwerkvoorziening te ontvangen. Wel betalen cliënten een bijdrage in de kosten van de maatwerkvoorziening. Deze bijdrage wordt betaald zolang er gebruik wordt gemaakt van de voorziening en totdat de kostprijs van de voorziening is betaald. Tijdens het gesprek dient de cliënt goed geïnformeerd te worden over de financiële consequenties van een maatwerkvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel