Afhankelijk van de leeftijd van het kind, dienen de wettelijke vertegenwoordigers (gezaghebbenden) van het kind toestemming te geven, daar waar het gaat om het laten uitvoeren van hulp.
0-12 jaar; toestemming gezaghebbenden;
12-16 jaar; toestemming gezaghebbenden en kind zelf;
16-18 jaar toestemming kind.
Wanneer een kind een verstandelijke beperking heeft (ongeacht de leeftijd) dienen de gezaghebbenden toestemming te geven.
Weigeren gezaghebbenden toestemming te geven, dan kan er een verzoek gedaan worden bij de Raad voor de Kinderbescherming tot een onderzoek met als doel om alsnog de juiste hulp te laten starten.
Wanneer er bij een 16 -18 jarige sprake is van een uitwonend traject moeten ouders toestemming geven voor de verblijfplaats van de jeugdige.
Bij acute situaties zoals crisis en/of onveiligheid kan men van bovenstaande regels afwijken, waarbij het overleg met de gedragswetenschapper een doorslaggevende rol kan spelen in het direct starten van de zorg . De zorgaanbieder kan in dit geval reeds starten met de betreffende hulp, waarbij de toestemming en beschikking achteraf wordt geregeld.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.7
Hulpverlening en gezagsverhoudingen.
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2021 Vlieland