Een voorziening op grond van een andere wet heeft voorrang op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dat is een voorliggende voorziening. Een recht op zorg op grond van de Wlz en de Zorgverzekeringswet wordt gezien als een voorliggende voorziening. Als een jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Vlieland (hierna: het college) hoeft hier dan ook geen voorziening voor te treffen. Behalve als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van de jeugdige. In dat geval kan het zijn dat de jeugdige zowel op grond van de Wlz, als op grond van de Jeugdwet een soortgelijke voorziening kan krijgen.
Op het gebied van Jeugd blijkt echter dat het in de praktijk niet makkelijk is om te bepalen wanneer een jeugdige in aanmerking kan komen voor de Wlz. De psychiatrische grondslag speelt hierin een grote rol. Veelal werd er door het CIZ bepaald dat dit de bovenliggende grondslag is en er dan geen aanspraak op de Wlz kan worden gedaan. Dit, terwijl het al wel duidelijk kan zijn dat de situatie van een jeugdige niet zal verbeteren en wellicht ook alleen maar zal verslechteren. Er wordt hierbij van uitgegaan dat veelal in die leeftijdscategorie nog verbetering in de situatie op kan treden. Dit heeft te maken met het gegeven dat kinderen nog in ontwikkeling zijn en het niet zeker is / vast staat dat zij zich niet meer kunnen ontwikkelen tot een niveau waarop zij met ondersteuning zelfstandig kunnen wonen.
Ook in andere gevallen komt het voor dat een aanvraag bij het Wlz wel wordt overwogen, maar niet wordt gedaan. Of wel wordt gedaan, maar wordt afgewezen. In gevallen waarbij er twijfel bestaat over of de zorg mogelijk onder de Wlz valt is het zeer gewenst om wel een aanvraag in te dienen bij het CIZ. Eventueel kan de gebiedsteammedewerker hierbij ondersteunen. Echter mag dit niet de voortgang of inzet van hulpverlening voor een jeugdige belemmeren. Daarnaast zal er dus voor een bepaalde periode wel een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet ingezet moeten worden ter overbrugging van de periode van de aanvraag bij het CIZ. Op het moment dat de aanvraag wordt toegewezen kan de ingezette zorg overgezet worden naar de Wlz. Als de aanvraag wordt afgewezen zal de zorg verder vanuit de Jeugdwet ingezet moeten worden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.9
Voorliggende voorziening
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp 2021 Vlieland