Naar hoofdinhoud
Het bepalen van de locaties van inzamelvoorzieningen en specifiek van ondergrondse containers vereist een zorgvuldige, transparante en consistente besluitvorming. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de zienswijzeprocedure in de zin van Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht waarmee de inbreng van bewoners optimaal is gewaarborgd. Om inzamelvoorzieningen te kunnen plaatsen is het van belang dat er beleid is vastgesteld met plaatsingscriteria, eisen en richtlijnen en aan de hand waarvan een locatiebesluit wordt genomen met inachtneming van de zienswijzeprocedure. Dat betekent dat de volgende fasen in het proces onderscheiden worden: Voor locaties waar nog géén inzamelvoorziening staat en ook niet eerder een participatietraject of inspraak over inzamelvoorzieningen heeft plaatsgevonden: Voorbereiding op basis van de plaatsingscriteria (eisen en richtlijnen) en opstellen concept locatiebesluit, waarin de locatie wordt aangeduid; Proactieve communicatie met burger (maatwerk); Voorgenomen besluit over locatie door het daartoe bevoegde gezag; Zienswijzeprocedure over voorgenomen besluit; Definitief vaststelling locatie met nota van beantwoording (=eindverslag, conform algemene inspraakverordening Amsterdam 1/4/2016) als resultaat van zienswijzeprocedure); Een eventueel beroep ingediend na deze procedure gaat naar de Raad van State. Voor locaties waar al een inzamelvoorziening is gerealiseerd, of waar een participatie- of inspraaktraject voor is doorlopen, wordt geen formele inspraak georganiseerd als de aanpassing aan de locatie niet van wezenlijke aard is. Hiervan is sprake als wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden: De situatie heeft al eerder voorgelegen via een vergelijkbaar inspraak- of participatietraject; Een bovengrondse container wordt vervangen door een ondergrondse container; Een inzamelvoorziening wordt aangepast om gebruikt te worden voor een andere fractie; bijvoorbeeld een plastic container die geschikt wordt gemaakt voor restafval. In bovenstaande omstandigheden wordt geacht inspraak al te hebben plaatsgevonden. Op grond van artikel art 2 lid 4 onder a. van de inspraakverordening Amsterdam kan inspraak achterwege blijven als insprekers al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleidsvoornemen zijn betrokken en voldoende aannemelijk is dat het bestuursorgaan daardoor alle relevante belangen bij zijn afweging heeft kunnen betrekken. Het proces ziet er dan als volgt uit: Vaststelling locatiebesluit/ aanwijsbesluit door het bevoegde gezag, waarbij duidelijk is wat de impact van het besluit op de openbare ruimte is, inclusief participatieparagraaf; Uiterlijk binnen twee weken na besluitvorming door het bevoegde gezag, worden omwonenden per brief geïnformeerd over het besluit voor aanpassingen rondom de aanbied locatie, met het aanbod van persoonlijk contact en uitleg hoe hiertegen bezwaar gemaakt kan worden; Een eventueel ingediend bezwaar wordt ter behandeling voorgelegd aan B&W; Na de bezwaarprocedure staat het bezwaarmakers vrij om nog beroep aan te tekenen. Het aantekenen van bezwaar of beroep heeft geen opschortende werking. Daarvoor moet een bewoner een voorlopige voorziening aanvragen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel