Indien uit het geurrapport blijkt dat de geurbelasting hoger is dan de richtwaarden van tabel 1 of 2 van bijlage A, en een BBT conclusie ingevolge de Richtlijn Industriële Emissies de toegelaten emissiewaarden van bronnen niet uitputtend bepaalt, stelt het college vergunningvoorschriften, dan wel maatwerkvoorschriften als bedoeld in artikel 2.7a, vierde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, vast. In deze voorschriften wordt voor iedere bron de toegelaten emissie, de hedonische weegfactor F en, zo nodig, de grenswaarden voor de emissierelevante parameters opgenomen.
Indien voor een bron, overeenkomstig artikel 6, derde lid, een factor 2 hogere emissie is gehanteerd, legt het college in de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, de toegelaten emissie vast zonder daarbij rekening te houden met deze factor 2.
In geval van een saneringssituatie neemt het college in vergunningvoorschriften, dan wel in de in het eerste lid bedoelde maatwerkvoorschriften, de eis op dat vergunninghouder, binnen een redelijke termijn en met inachtneming van wat is opgenomen in een saneringsplan dat bij de aanvraag is overgelegd, moet voldoen aan de grenswaarden van tabel 1 van bijlage A.
In geval van een overschrijdingssituatie neemt het college in vergunningvoorschriften, dan wel in de in het eerste lid bedoelde maatwerkvoorschriften, de eis op dat vergunninghouder zich doorlopend door middel van een programmatische aanpak dient in te spannen, teneinde te voldoen aan de richtwaarden van tabel 1 of 2 van bijlage A.