Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf

Artikel 3.14a

Afwegingsfactoren

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldambt 2021

1.. Het is niet mogelijk een uitputtend overzicht te geven van alle mogelijke afwegingsfactoren die een rol kunnen spelen bij de toepassing van het primaat van verhuizen, omdat elke situatie anders kan zijn. De volgende factoren kunnen echter een rol spelen: aanwezigheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen woningen; kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen; volkshuisvestelijke factor; als een aangepaste woning beschikbaar is, kan het ondoelmatig zijn om ook een andere woning aan te passen; niet alle aangepaste woningen zullen namelijk even goed verhuurbaar zijn; de termijn waarbinnen de woning beschikbaar is; 2.. Het college moet met een concreet en passend aanbod komen. sociale omstandigheden; 3.. De inbedding in de wijk, meestal samenhangend met de periode dat iemand al in de wijk woont, de aanwezigheid van familie en vrienden en de aanwezigheid van voorzieningen spelen een rol. Ook kan vereenzaming in de toekomstige woonomgeving een rol spelen, bij voorbeeld omdat cliënt slecht ter been is. Als er huisgenoten zijn, moeten ook zij mee verhuizen. Ook hun belangen moeten worden meegewogen. de afstemming met andere voorzieningen; 4.. De voorzieningen op de nieuwe woonlocatie (vervoersvoorzieningen, winkels, de huisartsenpraktijk) kunnen dichterbij zijn, of juist niet. het werk; 5.. Het kan zijn dat de cliënt dichter bij het werk kan komen te wonen. Dat kan een aanzienlijk voordeel zijn als er beperkingen in het vervoer zijn. Als iemand thuis werkt zal daar rekening mee moeten worden gehouden. verandering in woonlasten; 6.. De financiële gevolgen van een verhuizing moeten binnen aanvaardbare grenzen vallen. Als de cliënt huurt is die afweging eenvoudiger te maken dan wanneer iemand een koophuis heeft. Ook moet de koopwoning uiteraard binnen een redelijke termijn verkocht worden. Lukt dat niet, dan beoordeelt het college opnieuw de situatie. is er een wil om te verhuizen; 7.. Het kan voor een cliënt lastig zijn om toenemende beperkingen onder ogen te zien. Des te bezwaarlijker kan het dan zijn om te verhuizen, ook al is dat met het oog op de beperkingen de beste oplossing. Als de cliënt dan niettemin niet wil verhuizen kan het college weigeren de woning aan te passen. 8.. Er kunnen zwaarwegende redenen zijn waardoor een uitzondering moet worden gemaakt op het verhuisprimaat. Voorbeelden daarvan zijn: Er blijkt uit medisch onderzoek een contra-indicatie voor verhuizen. Bijvoorbeeld als verwacht wordt dat een (dementerende) cliënt binnen een redelijke termijn niet zal aarden of vertrouwd zal kunnen geraken in de nieuwe woning of woonomgeving. Er blijkt uit onderzoek dat de medische situatie van de cliënt het niet toelaat dat er een lange tijd heen gaat over het vinden van een geschikte woning. Uit het medisch advies moet dan bijvoorbeeld blijken wat een medisch aanvaardbare termijn is waarbinnen iemand over een geschikte woning moet beschikken. Dat is afhankelijk van de individuele situatie. De aanwezigheid van mantelzorg door mensen in de directe omgeving van de woning kan het niet acceptabel maken dat de cliënt verhuist. Dat is alleen het geval als de mantelzorg een wezenlijke bijdrage levert aan het behoud van de zelfredzaamheid van de cliënt met het oog op zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven (wonen). Dat is bijvoorbeeld het geval als de mantelzorg zorg op grond van de Zvw of ondersteuning in de vorm van een maatwerkvoorziening overbodig maakt en duidelijk is dat de mantelzorg in de bestaande omvang en intensiteit bij een eventuele nieuwe woning niet (meer) kan worden verleend. Als de mantelzorg planbaar is kan dit weer betekenen dat verhuizen juist wel mogelijk is. De verhuizing leidt tot inkomstenderving doordat bedrijfsmatige activiteiten niet meer kunnen worden uitgeoefend of het verplaatsen van het bedrijf onredelijke kosten met zich meebrengt. Deze kosten kunnen voor de ondernemer in kwestie mogelijk wel aftrekbaar zijn op diens aangifte Inkomstenbelasting. Hierbij kan het gaan om de cliënt zelf maar ook zijn partner.

Rechtspraak bij dit artikel