Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Inleiding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldambt 2021

Wanneer een cliënt daarop is aangewezen kan het college een maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke hulp toekennen. De inzet van huishoudelijke hulp heeft als doel een bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid met het oog op zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven. Zelfredzaamheid is in de Wmo 2015 gedefinieerd als: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemeen dagelijkse levensverrichtingen en het kunnen voeren van een gestructureerd huishouden. In de bijlage Normering huishoudelijke activiteiten is het normenkader voor de huishoudelijke hulp ontwikkeld. Voorgeschiedenis normenkader In 2016 heeft de Centrale Raad van Beroep de eerste uitspraken gedaan over huishoudelijke ondersteuning in het kader van de Wmo 2015. De Centrale Raad had in twee zaken over het beleid van de gemeente Utrecht geoordeeld dat een maatwerkvoorziening in de vorm van een basismodule en aanvullende modules in beginsel is toegestaan. Het aantal uren huishoudelijke hulp in de standaardmodules moet dan gebaseerd zijn op objectieve criteria voortkomend uit deugdelijk onderzoek verricht door onafhankelijke derden. Daaraan voldeed het beleid van de gemeente Utrecht toen niet. Naar aanleiding van deze uitspraken heeft de gemeente Utrecht aan KPMG en Bureau HHM de opdracht gegeven om een objectief en onafhankelijk onderzoek te doen naar de standaardmodule van 78 uur per jaar huishoudelijke ondersteuning. KPMG en Bureau HHM concludeerden dat een standaardmodule van 104,9 uur per jaar huishoudelijke ondersteuning nodig is om basishygiëne te borgen. In 2018 deed de Centrale Raad een viertal uitspraken waarin het onderzoek van KPMG en HHM deugdelijk bevonden werd en door een onafhankelijke partij uitgevoerd. De Centrale Raad benadrukte wel dat het bij de modules om gemiddelden ging, en dat er uiteindelijk toch maatwerk geleverd moest worden. Bureau HHM heeft het normenkader in andere gemeenten verder doorontwikkeld. In latere uitspraken heeft de Centrale Raad zijn eerdere uitspraken van 2018 bevestigd: `De urennorm voor huishoudelijke hulp uit het KPMG-rapport is een standaardmodule. Het college moet van deze urennorm afwijken als uit onderzoek blijkt dat toepassing ervan niet leidt tot een passende bijdrage in de zelfredzaamheid en participatie.’ In het normenkader van HHM is hier rekening mee gehouden door per resultaatgebied de mogelijkheid te bieden om op- of af te schalen. Zo is er bij het resultaat `schoon en leefbaar huis’ de mogelijkheid om af te schalen als de leefeenheid zelf een bijdrage kan leveren, en om op te schalen als de samenstelling van de leefeenheid afwijkt van de norm of wanneer er een extra kamer in gebruik is, dit allemaal wel binnen de grenzen van deze beleidsregels (zie het kopje `Normale gebruik van de woning’). De normtijden zijn weergegeven als ‘uren per jaar’ en ‘minuten per week’.

Rechtspraak bij dit artikel