**1..** Sporten kan een belangrijk middel tot participatie zijn. Wanneer het voor de belanghebbende zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn maar ook een ander hulpmiddel.
**2..** Criterium voor toekenning is dat juist de sportvoorziening ertoe moet bijdragen dat de belanghebbende op een aanvaardbare mate kan participeren (zie Inleiding, kopje Niveau van maatschappelijke ondersteuning). Er hoeft niet aan alle specifieke wensen worden tegemoetgekomen. Er moet een 'aanvaardbaar' niveau worden bereikt. Daarbij moet er wel rekening worden gehouden met de persoonskenmerken en wensen van de belanghebbende (CRVB:2014:3287). Dat kan betekenen dat de belanghebbende, buiten de sport waarvoor de sportvoorziening wordt gevraagd, al op aanvaarbare wijze participeert.
**3..** Op grond van eerdere regelgeving en jurisprudentie kan worden gesteld dat het redelijk is om voor een sportvoorziening maximaal eens per drie jaar een vergoeding te verstrekken. De aanvrager moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening. De ervaring leert dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Bovendien kost sporten zonder beperking ook geld dus mag van de aanvrager zelf ook worden verwacht dat hij een deel van de kosten draagt. Voor topsport wordt geen rolstoel verstrekt.
Hoofdstuk 7. › Paragraaf
Artikel 7.16
Sportvoorziening
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldambt 2021