Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7. › Paragraaf

Artikel 7.19

Ernstig beperkte mobiliteit en vervoersbehoefte voortvloeiend uit zorgtaken

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oldambt 2021

Bij een cliënt met beperkingen die uiterst beperkt mobiel is, moet in beginsel mede de vervoersbehoefte die voortvloeit uit zorgtaken met betrekking tot minderjarige kinderen worden betrokken (CRVB:1998:AA8703). Dit kan betekenen dat het publiek vervoer zich niet als passende bijdrage laat kwalificeren. Daarbij wordt overigens wel rekening gehouden met de bijdrage die van de andere ouder en andere daarvoor in aanmerking komende personen redelijkerwijs kan worden verlangd (CRVB:2010:BM7989). Een maatwerkvoorziening is afgestemd op de behoeften, persoonskenmerken en de mogelijkheden van de aanvrager. Als de overige lokale activiteiten van de aanvrager al in voldoende mate bijdragen aan zijn maatschappelijke participatie kan dat betekenen dat hij niet in aanmerking komt voor een bruikleenauto om zijn kinderen naar school te brengen en weer op te halen (CRVB:2012:BV8848). Dergelijke overwegingen spelen een rol bij een vervoersbehoefte op zowel de korte als de middellange afstand waarvoor meerdere voorzieningen aangewezen kunnen zijn.

Rechtspraak bij dit artikel