Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Werkwijze Algemeen bestuur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Drenthe

Voor zover daarvan bij de Wet gemeenschappelijke regelingen niet is afgeweken, zijn op het houden en de orde van de vergaderingen van het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam de artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. De hoofdofficier van justitie, de voorzitter van het waterschap (die door de voorzitters van de waterschappen in de regio Drenthe is aangewezen) en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, worden, overeenkomstig artikel 12 van de Wet veiligheidsregio’s uitgenodigd deel te nemen aan de vergaderingen van het Algemeen bestuur. Zij kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, maar hebben geen stemrecht. De commissaris van de Koning wordt, gelet op artikel 13 van de Wet veiligheidsregio’s uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de vergaderingen van het Algemeen bestuur en kan zich laten vertegenwoordigen. De commissaris van de Koning of zijn vertegenwoordiger heeft geen stemrecht. De Voorzitter nodigt de directeur Veiligheidsregio Drenthe, concerncontroller Veiligheidsregio Drenthe, de directeur publieke gezondheid Drenthe, de coördinerend gemeentesecretaris, een afgevaardigde uit de eenheidsleiding politie Noord-Nederland en andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het Algemeen bestuur. Het Algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe ambtelijke bijstand wordt verleend aan het Algemeen bestuur. De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij met in achtneming van artikel 22 lid 4 en 5 van de Wet wordt besloten de deuren te sluiten. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over: het vaststellen of wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het vaststellen, wijzigen of intrekken van algemeen verbindende verordeningen door strafbepalingen of bestuursdwang te handhaven; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan; het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een beleidsplan, als bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; het tenminste één maal in de vier jaar vaststellen van een crisisplan als bedoeld in artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s .

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel