In deze verordening wordt verstaan onder:
aanvraag: het verzoek om het bekostigen van een voorziening;
aanvrager: het bestuur dat een aanvraag heeft ingediend;
bekostigingsplafond: het bekostigingsplafond als bedoeld in de artikelen 93 WPO en 76d WVO;
bestuur: het bevoegd gezag van een volgens de WPO of WVO bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk is gehuisvest in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;
bvo: bruto vloeroppervlakte;
college: het college van burgemeester en wethouders;
inventaris: de inrichting bestaande uit meubilair en onderwijsleerpakket / leer- en hulpmiddelen;
lokaal bewegingsonderwijs: de ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs;
medegebruik: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden ten behoeve van onderwijs of culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;
minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
nevenvestiging: het deel van een school dat door de minister op grond van de artikelen 85 WPO of 73b WVO voor bekostiging in aanmerking is gebracht;
overzicht: het overzicht van niet-gehonoreerde aanvragen als bedoeld in de artikelen 96 WPO en 76g WVO;
permanent gebouw: de ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
prognose: een leerlingenprognose die voldoet aan de criteria van bijlage II;
programma: het programma met gehonoreerde aanvragen als bedoeld in de artikelen 95 WPO en 76f WVO;
programmajaar: het kalenderjaar waarop het programma betrekking heeft;
school: een school voor primair onderwijs of voortgezet onderwijs;
school voor primair onderwijs: een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
school voor voortgezet onderwijs: een school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 WVO;
tijdelijk gebouw: een al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 73d WVO;
verhuur: het gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;
voor blijvend gebruik bestemde voorziening: een voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is;
voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: een voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 4 en maximaal 15 jaar noodzakelijk is;
voorziening: een voorziening in de huisvesting als bedoeld in artikel 2;
WPO: de Wet op het primair onderwijs;
WVO: de Wet op het voortgezet onderwijs.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.