Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor een school bestemd gebouw of terrein als:
er sprake is van leegstand in een lesgebouw of een lokaal bewegingsonderwijs of indien een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs niet volledig wordt benut en;
door medegebruik in de huisvestingsbehoefte van een andere school kan worden voorzien en het bevoegd gezag van die school heeft een huisvestingsaanvraag ingediend of;
sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of instelling gangbare berekeningswijze of;
de ruimte of het terrein nodig is voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1.
Artikel 23.