Naar hoofdinhoud
1.. Het college bepaalt voor elk schooljaar het aantal uren bewegingsonderwijs waarop een school voor primair onderwijs aanspraak maakt. Grondslag hiervoor is het aantal leerlingen op de teldatum van het voorafgaande schooljaar. 2.. Het bestuur verstrekt tijdig voor aanvang van een schooljaar een opgave van het voor dat schooljaar gewenste gebruik van een gemeentelijk lokaal bewegingsonderwijs. 3.. Op basis van de ingediende opgaven stelt het college een rooster op voor het gebruik van de gemeentelijke lokalen bewegingsonderwijs, waarbij rekening wordt gehouden met het volgende: de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik; een school waarvan het bestuur eigenaar is van het lokaal bewegingsonderwijs wordt als eerste ingeroosterd voor dat lokaal bewegingsonderwijs; het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs; voor zover het gewenste aantal uren hoger is dan dat waarop de school aanspraak maakt, neemt het college dit aantal uren slechts op in het rooster voor zover daarvoor capaciteit beschikbaar is. 4.. Tijdig voor aanvang van het schooljaar stelt het college het bestuur in kennis van het vastgestelde rooster voor dat schooljaar.

Rechtspraak bij dit artikel