**1..** Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de besturen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
**2..** De besturen die niet deelnemen aan het overleg kunnen vóór het overleg hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan in kennis.
**3..** Het college maakt een verslag van de in het overleg door de besturen naar voren gebrachte zienswijzen, de overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de reactie van het college hierop. Het verslag wordt toegezonden aan alle besturen.
**4..** Het college kan, al dan niet op verzoek van een bestuur, de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma in relatie tot de vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek bevat een omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht.
**5..** Het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de besturen. Als het advies zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma, worden de besturen door het college uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader overleg noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden van het advies.
**6..** Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen 2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de besturen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een verslag.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2.
Artikel 9.