Naar hoofdinhoud
Duurzaamheid staat bij de gemeente hoog in het vaandel. Voor het groenbeheer betekent dit dat de focus meer ligt op milieuvriendelijke onkruidbestrijding, duurzaam en veilig boombeheer en verbetering van de biodiversiteit. Deze thema’s worden in de volgende sub paragrafen toegelicht. 4.2.1Verbod op chemisch onkruidbeheer In hoofdstuk 3.3 is aangegeven dat het gebruik van chemisch onkruidbestrijding sterk wordt ingeperkt. Hierdoor moet ook Medemblik op zoek naar alternatieven. Tot 2015 gebruikt gemeente Medemblik voor de bestrijding van onkruid op verhardingen vooral chemische bestrijdingsmiddelen. Deze chemische onkruidbestrijding vindt plaats volgens de DOB-methode. In 2015 is een proef gestart in het rayon Wervershoof van extra onkruidborstelen op verharding in plaats van het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen. Duurzaam Onkruid Beheer op verhardingen (DOB) Onkruidbestrijding volgens de DOB-methode is gericht op de meest duurzame en effectieve onkruidbestrijding. Binnen DOB kan men kiezen voor chemische, mechanisch of thermische onkruidbestrijding. Bij een eventueel verbod op chemische bestrijdingsmiddelen wordt het onderhoud komende jaren meer arbeidsintensief, en dus duurder. Medemblik zal komende beheerperiode de afweging moeten maken welke niet-chemische bestrijdingsmethoden het meest geschikt zijn. Naast de standaard onkruidbestrijding methodes, zoals het handmatig verwijderen, wieden, borstelen en vegen, kan onkruidbestrijding ook uitgevoerd worden door thermische technieken, zoals bestrijding door middel van branden, hete lucht, heet water, stoom, schuim, of infrarode straling. Er moet rekening gehouden worden met een flinke kostenstijging bij het overgaan op niet- chemische onkruidbestrijding. Uit een enquête (geïnitieerd door het rijk) onder zeventig gemeentes is namelijk gebleken dat gemiddeld gezien de kosten drie- tot vijfmaal hoger worden bij het overgaan op niet-chemische onkruidbestrijding. Tijdens de inrichting van de openbare ruimte moet rekening worden gehouden met de benodigde onderhoudsmaatregelen. Tijdens het ontwerp moet rekening worden gehouden met het minimaal houden van het areaal open verharding en het minimaliseren van het aandeel voeglengte. Ook de beplantingstypen moeten aansluiten bij de functie van het gebied en de omvang van het te beplanten vak. 4.2.2Duurzaam boombeheer De komende vier jaar werkt de gemeente toe naar een nog veiliger en duurzamer boombeheer. De huidige werkwijze vanuit de ‘oude’ gemeenten was jaarlijks onderhoud naar aanleiding van meldingen en op basis van ervaring en waarnemingen van de eigen dienst. In 2014/2015 zijn alle bomen volgens de VTA (Visual tree assessment)-methodiek geïnspecteerd door een externe partij. De planning is om vanaf 2016 alle bomen binnen de gemeente in eigen beheer op veiligheid te controleren om aan de wettelijke zorgplicht te voldoen. Hiervoor zijn intern een zestal boominspecteurs opgeleid. Vanuit de inspectiegegevens wordt een planning opgesteld voor de uit te voeren onderhoudsmaatregelen. Aan de hand van de leeftijd van de bomen zijn de risico’s ingeschat die de boom op de omgeving kan hebben. De risico’s bepalen de controle frequentie. De controle vindt bij bomen jonger dan 25 jaar eens in de 6 jaar plaats; bomen in de leeftijdscategorie 25 tot 50 jaar eens in de 3 jaar en bij bomen ouder dan 50 jaar is deze controle jaarlijks. De laatstgenoemde bomen worden geacht een verhoogde zorgplicht te hebben. Er is ook een categorie bomen die door bijvoorbeeld ziekteaantastingen gebreken vertonen en die hierdoor extra aandacht vragen. Deze ‘attentiebomen’ hebben een onderzoeksplicht en worden jaarlijks gecontroleerd. Een bijkomend voordeel van een boomveiligheidscontrole is dat het gemeentelijke bomenbestand direct wordt geactualiseerd. Ook worden alle administratieve gegevens van elke boom daar, waar nodig, aangevuld met soort, stamdiameter en plantjaar. Deze gegevens vormen tegelijkertijd input voor het bomenonderhoud. Elke rayon wordt opgesplitst in drie delen. Het boomonderhoud en de VTA-inspectie vinden jaarlijks plaats in een derde deel van het rayon. Daarnaast wordt jaarlijks boomonderhoud en inspecties uitgevoerd op de risico- en attentiebomen. 4.2.3Biodiversiteit Gemeente Medemblik hecht waarde aan haar biodiversiteit. Daarom heeft de gemeente een Kadernotitie Biodiversiteit (d.d. 19 december 2014) laten opstellen. Hierin staan maatregelen opgenomen die er voor zorgen dat de biodiversiteit behouden blijft of nog verder kan worden ontwikkeld. In de notitie zijn een 27-tal gebieden opgenomen waar al een natuurvriendelijker beheer plaatsvindt. In drie pilotgebieden wordt door te monitoren, gekeken naar de mogelijkheden van vergroting van de biodiversiteit. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de belangen van agrariërs. Er wordt met de planning van het maaiwerk nadrukkelijk rekening gehouden met agrarische percelen door deze tijdig te klepelen. Tevens is een distelverordening opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening. Mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten Hieronder staan alle relevante maatregelen die betrekking hebben op het beheer, voor de belangrijkste beheergroepen beschreven. Deze maatregelen worden vooral getroffen in de grotere en meest recente parken en zijn minder toepasbaar in de dichte bebouwde kommen waar minder ruimte aanwezig is. Bomen Het opkronen, snoeien en dunnen van bomen in beplantingen kan op bepaalde locaties minder frequent plaatsvinden. Bij nieuwe aanplant kan er vaker gekozen worden voor inheemse soorten. Bij nieuwe aanplant kan er vaker gekozen worden voor soorten die minder snel groeien en ouder worden. Afname van het aantal boomspiegels. Gras Het extensiever maaien van het gras (= bermbeheer; één of twee keer per jaar maaien en afvoeren). Vrijgekomen maaisel uit bermen afvoeren. Arealen zonder functie niet meer beheren. (Integrale) begrazing parken (dus zowel begrazing van de bermen als de bosplantsoenen). Bosplantsoen Variabele dunning met een lange omlooptijd. Vrijgekomen takken kunnen in een takkenril verwerkt worden. Toepassing van inheems plantmateriaal. Dunning kan plaatsvinden door middel van lippen, omlieren en vellen van bomen, waarbij het plantmateriaal ter plaatse blijft liggen. Hagen Er kan eventueel kritisch per plek gekeken worden of hagen omgevormd kunnen worden naar ruig gras of andere inheemse beplanting met een dichte groeiwijze. Naast het minder frequent snoeien van hagen, kan mogelijk op een enkele plek in parken het beheer helemaal stop worden gezet. Sierheersters Deels kunnen sierheesters fasegewijs vervangen worden door inheemse soorten; wilde kamperfoelie, braam, framboos, aalbes, klimop, zwarte bes, hazelaar, lijsterbes, meidoorn, enz. 4.2.4Levensduur groen Openbaar groen kent over het algemeen een beperkte levensduur en moet na een bepaalde tijd (zie onderstaande tabel) dan ook worden vervangen of worden omgevormd. Voor een duurzaam groenbeheer is het dan ook wenselijk dat de gemeente een globale afschrijvingstermijn op groen gaat hanteren. Deze hoeveelheid komt overeen met circa 5,3 hectare aan groen. Tabel 4.1 Hoeveelheden te renoveren per jaar HOEVEELHEDEN TE RENOVEREN PER JAAR Hoofdgroep Een- heid *Omlooptijd Jaarlijks gem.te renoveren areaal Eenheid Bomen 24.894 st 40 622 st Bosplantsoen 225.342 m² 30 7.511 m² Hagen/ blokhagen 54.567 m² 20 2.728 m² Sierheesters en botanische rozen 300.555 m² 20 15.028 m² Vaste planten/ struikrozen 9.928 m² 7 1.418 m² Gazon 789.123 m² 30 26.304 m² Bloembakken 67 st 7 10 st 52.989 m² 622 st * Bron omlooptijd: ervaringscijfers Grontmij

Rechtspraak bij dit artikel