Naar hoofdinhoud

Artikel 1.

Definities

Onderdeel van Compensatieregeling meerkosten Wmo 2021

In deze regeling wordt verstaan onder: Meerkosten: kosten waar ook mensen zonder een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen mee bekend zijn, maar waarvan de aanvrager het aannemelijk heeft gemaakt dat ze extra hoog uitvallen als gevolg van zijn beperking of problemen. We maken daarbij onderscheid tussen: Bijkomende meerkosten: meerkosten die worden gemaakt naast of als gevolg van een voorziening op grond van de Wmo 2015 of andere wetgeving. Voorliggende meerkosten: meerkosten waarmee naar het oordeel van het college de inzet van een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 kan worden voorkomen. Belanghebbende: de persoon die ten behoeve van zichzelf, zijn partner en/of één of meerdere kinderen een tegemoetkoming aanvraagt in het kader van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eemsdelta. Partner: de persoon die al of niet gehuwd of geregistreerd met de belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad. Gezamenlijke huishouding: alle personen die op hetzelfde adres staan ingeschreven volgens de basisregistratie personen en geen commerciële relatie hebben met elkaar. Hieronder valt in ieder geval een partner, een kind ouder dan 18 jaar, een vader/moeder van een gezamenlijk kind. Commerciële relatie: personen die op hetzelfde adres staan ingeschreven en onderling een huurovereenkomst hebben afgesloten. Kind: het eigen kind of stiefkind, dat ten laste van de belanghebbende of diens partner komt en op hetzelfde adres als de belanghebbende staat ingeschreven in de basisregistratie personen. Ten laste komend kind: het kind voor wie de belanghebbende of diens partner aanspraak op kinderbijslag heeft kunnen maken. Inkomen: alle op geld waardeerbare middelen die belanghebbende en andere leden uit de gezamenlijke huishouding (periodiek) ontvangen. Minimuminkomen: het inkomen dat, bij een aanvraag meerkosten door een persoon die over het gehele aanvraagjaar onder de Alegemene Ouderdomswet (AOW) gerechtigde leeftijd is, is afgeleid aan de bijstandsnorm, zoals vastgesteld voor de Participatiewet van het jaar waarover de meerkosten worden aangevraagd. Bij het bereiken van de AOW gerechtigde leeftijd in het aanvraagjaar, wordt het minimuminkomen afgeleid van de AOW normen, zoals bekent gemaakt door de Sociale verzekeringsbank. In beide gevallen betreft het de bruto bedragen inclusief vakantiegeld en wordt een onderscheid gemaakt tussen een meerpersoonshuishouden en alleenstaanden. Het inkomen wordt vastgesteld met een IB60 formulier. Norm: bedrag voor de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan zoals bedoeld in de Participatiewet en de Algemene Ouderdomswet Peiljaar: jaar voorafgaand aan het aanvraagjaar. Aanvraagjaar: jaar waarin de meerkosten zijn gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel