Naar hoofdinhoud
1. . In deze beleidsregel wordt verstaan onder: aanvrager: de alleenstaande of de gehuwden/samenwonenden tezamen van 18 jaar of ouder, die zijn woonplaats als bedoeld in artikel 40, eerste lid van de wet heeft in Leudal, en die TONK aanvraagt; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal; in aanmerking te nemen inkomen: het hele inkomen waarover een aanvrager (en zijn partner) redelijkerwijs kan beschikken zoals staat in artikel 32, eerste lid, van de wet. Het inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep wordt berekend volgens artikel 6 van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo); het huidige inkomen: het in aanmerking te nemen inkomen over de maand januari 2021, dan wel over de maand dat er recht bestaat op de TONK als dit recht later is ontstaan; inkomen vóór de coronacrisis: het in aanmerking te nemen inkomen over de maand januari 2020; beschikbare geldmiddelen: geld waarover de aanvrager beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, in elk geval: contant geld, geld op betaal- en spaarrekeningen, cryptovaluta (zoals bitcoins) en de waarde van effecten (beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, opties en effecten in depot), met uitzondering van aandelen in het eigen bedrijf en vermogen in het eigen bedrijf, en opgebouwde vermogen voor een pensioenvoorziening (lijfrente/banksparen); het huidige vermogen: alle beschikbare geldmidd;elen op 1 januari 2021 of op de eerste dag van de maand dat recht bestaat op de TONK; inkomensterugval: een onvoorzienbare, onvermijdelijke terugval in inkomen van de aanvrager door de coronacrisis. Het percentage van de inkomensterugval wordt als volgt berekend: (A-B)/A x 100%, waarbij: A = inkomen vóór de coronacrisis; B = het huidige inkomen; wet: Participatiewet; woonkosten: de kosten als bedoeld in artikel 5. 2. . Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet verder worden beschreven, hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel