Het overgrote deel van de gemeenten in Nederland voert een nulbeleid inzake coffeeshops. Het Nederlandse drugsbeleid steunt op drie pijlers’te weten:
Bescherming van de (volks) gezondheid.
Tegengaan van overlast.
Bestrijding van (drugs) criminaliteit.
Het drugsbeleid in Nederland richt zich op het voorkomen en beperken van de risico’s van druggebruik voor de gebruiker, zijn directe omgeving en voor de samenleving. Daarnaast wordt er een onderscheid gemaakt tussen softdrugs en harddrugs.
Harddrugs: (lijst I: o.a. heroïne, cocaïne, LSD en amfetamine). Voor harddrugs worden landelijke door middel van een krachtige strafrechtelijke aanpak van de handel de drempels voor het gebruik zo hoog mogelijk gehouden.
Softdrugs: (lijst II: o.a. wiet, hasj, marihuana). Toezicht en handhaving van de Opiumwet is primair een taak van de politie en justitie. Getracht wordt het aantal coffeeshops beperkt te houden. De verkoop van softdrugs uit winkels, afhaalcentra, via koeriersdiensten enz. zijn niet toegestaan.
AHOJG-BIA criteria:
Ten aanzien van softdrugs wordt een landelijk gedoogbeleid gevoerd. Coffeeshops zijn weliswaar illegaal, maar worden “oogluikend” toegestaan. Dit gedogen wordt mogelijk gemaakt door het vaststellen van criteria.
Deze criteria zijn:
geen affichering. Er mag geen reclame worden gemaakt voor de coffeeshop.
geen harddrugs. Er mag geen harddrugs voor handen zijn of worden verkocht.
geen overlast. Dit betekent o.a. geen parkeeroverlast, geluidshinder, vervuiling.
geen verkoop aan jeugdigen. Geen verkoop aan personen onder de 18 jaar.
geen verkoop van grote hoeveelheden. Per transactie mag niet meer dan 5 gram worden verkocht. Daarnaast mag handelsvoorraad niet meer zijn dan 500 gram.
besloten club. Toegang uitsluitend voor leden. Een coffeeshop mag niet meer dan 2000 leden hebben.
ingezetenen. Alle leden moeten ingezetenen van Nederland zijn
afstand. De afstand tot het voortgezet- of beroepsonderwijs gaat van 250 meter naar 350 meter.
Strafrechtelijke/justitieel gedoogbeleid in relatie tot het nulbeleid:
Als een coffeeshop zich houdt aan de AHJOG-BIA criteria, dan wordt de verkoop van softdrugs gedoogd en zal er niet strafrechtelijk worden opgetreden. Het nulbeleid heeft tot gevolg dat er onder geen omstandigheden een coffeeshop zich binnen de gemeente mag vestigen ook al zou deze zich houden aan de AHOJG-BIA criteria. Het gedoogbeleid is dus niet van toepassing. Er mag dus worden opgetreden.
Artikel 1.