3.1 Rechtmatigheid nulbeleid:
Sinds de invoering van artikel 13b Opiumwet (april 1999) moet het lokale coffeeshopbeleid (mede) worden gebaseerd op dit artikel. Op grond van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet is het bereiden, bewerken, verkopen en aanwezig hebben van zowel harddrugs als softdrugs verboden. Op grond van het zogenaamde opportuniteitsbeginsel kan het:
Openbaar Ministerie een gedoogbeleid voeren; dit is aldus verwoord dat aan de opsporing van de verkoop van softdrugs een lage prioriteit wordt toegekend 2 Volgens de Aanwijzing Opiumwet van het College van Procureurs-generaal d.d. 2 november 2000 ligt de grondslag van het gedoogbeleid in een afweging van belangen waarbij het belang van handhaving moet wijken voor een hoger algemeen belang, namelijk het belang van de volksgezondheid (scheiding der markten) en de openbare orde.
De burgemeester is op grond van de artikelen 172 en 174 van de Gemeentewet en artikel 13b van de Opiumwet bevoegd het beleid ten aanzien van coffeeshops vast te stellen.
In artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen dat beleidsregels worden vastgesteld door het bevoegde bestuursorgaan zelf. Dit neemt niet weg dat de burgemeester de gemeenteraad op basis van artikel 180 van de Gemeentewet wel verantwoording verschuldigd is ten aanzien van het gevoerde beleid.
3.2 Reikwijdte weigeringsgronden:
Algemeen Plaatselijke Verordening (APV)
Ingevolge jurisprudentie (RvS, AB 12 augustus 1999, nr. H01.99.0260) is het bevoegd bezag niet toegestaan een wettelijk vergunningstelsel te hanteren voor coffeeshops. Dit omdat de handel in softdrugs expliciet wordt verboden in een hogere regeling, namelijk de Opiumwet.
Bestemmingsplan
In het kader van de AHJOG-BIA criteria wordt een coffeeshop gezien als een horecagelegenheid. Dit betekent dat coffeeshops zich alleen kunnen vestigen in panden met een horecabestemming.
Activiteitenbesluit
Een coffeeshop valt als horeca-inrichting onder het Activiteitenbesluit. Dit besluit bevat rechtstreekse voorschriften ter voorkoming van hinder waaraan een horecabedrijf moet voldoen. Het besluit biedt geen specifieke mogelijkheden om de vestiging van een coffeeshop tegen te gaan.
Artikel 3.