Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Samenhang onderhoud – levensduur

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent het beheren van wegen

Om de onderhoudsbudgetten zo efficiënt mogelijk in te zetten en kapitaalvernietiging te voorkomen is het noodzakelijk om de juiste maatregel op het juiste moment uit te voeren. Het moment waarop onderhoud uitgevoerd moet worden is afhankelijk van verschillende factoren zoals het gewenste kwaliteitsniveau, het jaar van aanleg, de verkeersintensiteit en de onderhoudshistorie. Het niet tijdig uitvoeren van onderhoudsmaatregelen heeft tot gevolg dat verhardingen met een slechte kwaliteit gedurende een lange tijd blijven liggen. De gevolgen van uitstellen van onderhoud zijn hogere onderhoudskosten als gevolg van zwaardere maatregelen (kapitaalvernietiging). Dit speelt met name bij asfaltverhardingen. een toename van het aantal klachten een verhoogde kans op claims De gedragsmodellen waarmee het groot onderhoud wordt bepaald gaan uit van het tijdig uitvoeren van klein onderhoud. Als klein onderhoud te laat wordt uitgevoerd, dan is eerder groot onderhoud nodig. Het niet op tijd uitvoeren van groot onderhoud verkort de levensduur van de verharding waardoor er eerder vervanging nodig. In de onderstaande figuur is een hele levenscyclus van een weg schematisch weergegeven. 1 Aanleg 2 Klein onderhoud gericht op het opheffen incidentele schade 3 Klein onderhoud gericht op wegwerken plaatselijke schades, geven van een kwaliteitsimpuls en uitstel groot onderhoud 4 Groot (planmatig) onderhoud gericht op het verlengen van de levensduur en het geven van een kwaliteitsimpuls; 6 Reconstructie en eventuele herinrichting De praktijk leert dat het plannen van onderhoud van meer factoren afhankelijk is dan alleen de technische noodzaak. Bij het bepalen van de te nemen onderhoudsmaatregel wordt altijd gekeken naar: Het karakter van de schade. Is deze incidenteel of structureel? De verwachte levensduur van de maatregel in relatie tot de kosten daarvan. De bereikbaarheid van de stad, wijk en buurt op het moment van uitvoering. Herinrichtingswensen op of rond de betreffende locatie. Mogelijkheden tot combinatie van onderhoud op andere beleidsterreinen (groen, riolering, etc). De belangen van bewoners, winkeliers, bedrijven en bezoekers.

Rechtspraak bij dit artikel