Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan in ieder geval besluiten om het verzoek om schuldhulpverlening te weigeren als: verzoeker niet of in onvoldoende mate de verplichtingen nakomt als bedoeld in artikel 5 van deze beleidsregels; er geen sprake is van een stabiel inkomen op minimaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm; er sprake is van een onregelbare verzoeker en/of een onregelbare schuldensituatie. verzoeker de onderliggende oorzaak van de schulden nog niet heeft opgelost door middel van de juiste hulpverlening (bijvoorbeeld verslavingszorg en psychische hulp); verzoeker zelf in staat is om zijn schulden te regelen; verzoeker geen stabiele woon- of leefsituatie heeft en er is geen uitzicht op verbetering; verzoeker nog bezig is met een echtscheidingsprocedure en de boedelscheiding nog niet afgerond is; verzoeker een vordering heeft die is ontstaan door het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht (in het kader van de Wet werk en bijstand) en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd of er aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht. 2.. Voordat het besluit tot weigering wordt genomen, wordt verzoeker een redelijke hersteltermijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te verstrekken. 3.. Van de weigering wordt afgezien als de verwijtbaarheid van de verzoeker ontbreekt.

Rechtspraak bij dit artikel