Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 1.4.

RELATIE MET ANDERE BELEIDSTERREINEN

Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015

Voor een effectief en praktisch hanteerbaar kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. Van elk instrument moet duidelijk zijn wat de reikwijdte is en hoe het is verweven met andere beleidsinstrumenten. In het kader van deze welstandsnota is vooral de relatie tussen bestemmingsplan en welstandscriteria van belang. Het bestemmingsplan regelt onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken 'voor zover dat nodig is voor een goede ruimtelijke ordening'. Datgene dat door het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door welstandscriteria worden tegengehouden. De architectonische vormgeving van bouwwerken valt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan en wordt exclusief door de welstandsnota geregeld. Welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, het welstandsadvies kan zich dan richten op de gekozen invulling binnen het bestemmingsplan. In een situatie waarin een bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan, maar het bestemmingsplan eveneens ruimte biedt voor alternatieven, kan een negatief welstandsadvies worden gegeven als de gekozen stedenbouwkundige of architectonische oplossing te sterk afbreuk doet aan de ruimtelijke beleving van het betreffende gebied. Uiteraard moet in zo'n geval de welstandsnota daartoe de argumentatie leveren. In de welstandsnota kan worden verwezen naar welstandscriteria die zijn opgenomen in andere beleidsdocumenten, zoals de beeldkwaliteitplannen. Dergelijke documenten worden daardoor geacht deel uit te maken van de welstandsnota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de welstandsnota: vaststelling in de vorm van beleidsregels door de gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die 'zo veel mogelijk' zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en die specifieke aspecten van het bouwwerk normeren. De aanwezige beeldkwaliteitplannen zullen daarmee onderdeel gaan vormen van het welstandsbeleid in de gemeente en worden gebruikt in het kader van de welstandstoets. Dit geldt ook voor de reeds door de gemeenteraad vastgestelde beeldkwaliteitsplannen voor de uitbreidingsplannen Heusden-Oost en Loverbosch. 1.4.1.Algemeen Algemeen geldt dat de beoordelingscriteria alleen van toepassing zijn voor zover deze niet in strijd zijn met de geldende stedenbouwkundige voorschriften. 1.4.2.Relatie met beeldkwaliteitsplannen. Voor grotere nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aan een planontwikkeling een beeldkwaliteitsplan gekoppeld. In een beeldkwaliteitsplan worden de randvoorwaarden voor verdere planvorming neergelegd, waaronder voor ruimtelijke inrichting en architectonische vormgeving. Het beeldkwaliteitsplan is geen wettelijk geregeld plan. Een beeldkwaliteitsplan kan niet zonder meer worden beschouwd als een wijziging of aanvulling op de welstandsnota. Dit vloeit op de eerste plaats voort uit het feit dat een welstandsnota enkel toetsingscriteria met betrekking tot de architectonische vormgeving kan bevatten. In een beeldkwaliteitplan komen daarentegen naast architectonische aspecten vaak ook ruimtelijke randvoorwaarden aan de orde. Daarnaast dient de welstandsnota en een wijziging/aanvulling daarvan, in tegenstelling tot een beeldkwaliteitplan, de inspraakprocedure te doorlopen en vervolgens te worden vastgesteld door de gemeenteraad. Dit is een wettelijk vereiste. Indien het de bedoeling is het beeldkwaliteitplan een toetsingsfunctie toe te kennen en het architectonische gedeelte ervan onderdeel te laten uitmaken van het gemeentelijke welstandsbeleid, dan zal het beeldkwaliteitplan dezelfde procedure moeten doorlopen als vereist voor de welstandsnota: inspraak en vaststelling door de gemeenteraad. Het is zaak om al tijdens deze procedure duidelijk onderscheid te maken tussen het architectonische deel en de overige onderdelen van het beeldkwaliteitplan. Dit kan bijvoorbeeld door dit onderdeel in een identieke vorm te gieten als die van de welstandsnota. In het kader van de rechtszekerheid dient tevens expliciet te worden aangegeven, dat het welstandsdeel als wijziging/aanvulling onderdeel zal gaan uitmaken van de welstandsnota. De reeds door de gemeenteraad vastgestelde beeldkwaliteitsplannen voor de uitbreidingsplannen Heusden-Oost en Loverbosch worden geacht deel uit te maken van deze welstandsnota. 1.4.3.Relatie met overig ruimtelijk kwaliteitsbeleid In het ruimtelijke kwaliteitsbeleid van een gemeente is het welstandstoezicht het 'vangnet'. De hoogte van het vangnet hangt echter nauw samen met het ruimtelijke kwaliteitsbeleid dat de gemeente voert. Het proces van het opstellen van een welstandsnota begint dan ook met een inventarisatie van het lokale ruimtelijk kwaliteitsbeleid en een analyse van de consequenties daarvan voor het welstandsbeleid. 1.4.4.Welstandstoezicht in de huidige situatie. De gemeente Asten was aangesloten bij welstandszorg Noord-Brabant. Dit was een gemeenschappelijke regeling van een groot aantal Brabantse gemeenten. In 2008 hebben de aangesloten gemeenten besloten deze op te heffen. Vanaf 2010 heeft het SRE deze dienstverlening overgenomen. Inmiddels is deze dienstverlening opgegaan in de Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant (ODZOB). Vanaf 1 januari 2012 is een nieuw contract gesloten voor de onafhankelijke welstandstoets. De samenwerking tussen de gemeente Asten en de welstandscommissie bestaat er uit dat de gemeente zorgt voor de voorbereiding en het inbrengen/toelichten van de plannen in de welstandsvergadering. De commissie toetst vervolgens aan het beleid en de beoordelingscriteria en brengt direct tijdens de vergadering advies uit. Burgemeester en wethouders nemen meestal het advies integraal over en zenden het toe aan de aanvragers. Burgemeester en wethouders kunnen alleen gemotiveerd afwijken van de adviezen van de commissie. 1.4.5.Ruimtelijk beleid, bestemmingsplannen De gemeente Asten bestaat uit de kernen Asten dorp, Heusden en Ommel. De actualisering van alle bestemmingsplannen is afgerond. Het aantal bestemmingsplannen is van circa 60 tot circa 8 tot 10 bestemmingsplannen/beheerplannen teruggebracht. Bij het actualiseren en stroomlijnen van oude bestemmingsplannen is aandacht geschonken aan de ruimtelijke samenhang van de gebieden. Uitgangspunt voor de bedrijventerreinen vormt het bieden van ruimte voor ondernemersdynamiek als sprake is van effectief en doelmatig gebruik van percelen. In de toelichting bij het bestemmingsplan zijn de beleidsuitgangspunten zoals een stedenbouwkundige paragraaf of een kwaliteitsparagraaf (en een verwijzing naar het welstandsbeleid) opgenomen. Stedenbouwkundige studies hebben vooral een globaal toetsende en strategische functie. Dergelijke studies kunnen het ambitieniveau neerleggen voor welstand. 1.4.6.Architectuurbeleid De gemeente heeft voor een aantal nieuw te ontwikkelen gebieden beeldkwaliteitplannen en beeldregieplannen opgesteld om de architectonische kwaliteit te bevorderen. 1.4.7.Monumentenbeleid De gemeenteraad heeft in 2011 de Nota archeologiebeleid gemeente Asten en de erfgoedverordening Asten 2011 vastgesteld. De erfgoedverordening ziet toe op de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en het behouden ervan. De gemeente kent 22 inschrijvingen van een rijksmonument. Het betreft hier voornamelijk panden van vóór 1850. Een aantal jonge monumenten uit de periode 1850-1940 zijn in het kader van het Monumenten Selectie Project in 2001 aangewezen als rijksmonument. De gemeente heeft 63 gemeentelijke monumenten binnen zijn grenzen. De gemeente heeft geen door het Rijk aangewezen beschermde dorpsgezichten. Naast de monumenten, zijn panden beeldbepalend c.q cultuurhistorisch waardevol op basis van de cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant van 1991 (M.I.P Asten). Deze panden hebben een aanduiding gekregen in de vigerende bestemmingsplannen. Voor de beoordeling van rijks- en gemeentelijke monumenten huurt de gemeente deskundigheid in bij de ODZOB (Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant). Concreet betekent dit dat een deskundige op gebied van monumenten en cultuurhistorie in geval van het beoordelen van een monument deelneemt aan de welstandscommissie, hetgeen leidt tot een gecombineerd welstands-/monumentenadvies. 1.4.8.Openbare ruimte. De gemeente voert kwaliteitsbeleid ten aanzien van de openbare ruimte. Dit is vastgelegd in o.a. de APV, het reclamebeleid, het tegengaan van verkrotting van panden, het bomenbeleidsplan met de beschermwaardige bomen, het groenstructuurplan en het landschapsontwikkelingsplan. Ook beschikt de gemeente over een fonds kwaliteitsverbetering buitengebied waaruit plannen gericht op fysieke kwaliteitsverbetering in buitengebied worden bekostigd. Het opstellen van inrichtingsplannen, de uitvoering en het beheer geschieden door de gemeentelijke diensten en door aannemers in opdracht van de gemeente. 1.4.9.Landschap De gemeente voert een actief beleid t.a.v. landschappelijke inpassingen en kwaliteitsverbetering in geval van uitbreiding of omschakeling van agrarische bedrijven en sloop van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied. Hierover vindt overleg plaats met de aanvrager. Bij een aanvraag voor uitbreiding van het bouwblok voor agrarische bedrijfsbebouwing of omschakeling van een bestemming wordt een plan voor de landschappelijke inpassing opgesteld. Naast de landschappelijke inpassing worden met de aanvrager afspraken gemaakt over een tegenprestatie die de kwaliteit van het buitengebied ten goede komt. Door de forse afname van het aantal agrarische bedrijven in het buitengebied krijgen steeds vaker nieuwe functies een plaats in het buitengebied. Een bijzonder punt van aandacht daarbij is het tegengaan van het verdwijnen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. 1.4.10.APV In lid 5 van art. 4:15 van de APV is aangegeven dat een aanvraag voor een reclame-uiting kan worden geweigerd als niet voldaan wordt aan “redelijke eisen van welstand”. De criteria “redelijke eisen van welstand” voor reclame zijn in deze nota opgenomen. 1.4.11.Handhavingsbeleid In deze nota is een excessenbeleid opgenomen om onder andere op te kunnen treden tegen vervallen panden. De aanpak van vervallen panden zal ook structureel prioriteit moeten krijgen in het handhavingsprogramma en er zal een beleidsparagraaf in het handhavingsbeleid moeten worden opgenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel