3.4.1.Algemeen
Na de inventarisatie van de samenhangende gebieden en een globale waardebepaling is voor alle gebieden een ruimtelijk ambitieniveau vastgesteld. Dit ambitieniveau bepaalt de aard en de intensiteit waarmee de bouwplannen aan de diverse criteria zullen worden getoetst.
Afhankelijk van de waarde en gevoeligheid van het gebied en de betekenis voor het aanzien van de openbare ruimte kan voor dat gebied een hoog (niveau 1), normaal (niveau 2 ), laag (niveau 3), geen (niveau 4) welstandsniveau vastgesteld worden.
Het welstandsniveau dat wordt gehanteerd is gebaseerd op basis van de aanwezige kwaliteit van de bebouwing. Dit niveau is eventueel verhoogd indien het een zogenaamde zichtlocatie betreft. Dat betreft de bebouwing aan de hoofdontsluitingswegen.
3.4.2.Bepaling toegepast welstandsniveau
Het welstandsniveau dat wordt gehanteerd is op de zogenaamde welstandsniveaukaarten aangegeven. De kaarten zijn opgenomen in bijlage 9.2. Hieruit volgt voor ieder object het te hanteren welstandsniveau. Daarbij dient in acht te worden genomen dat in de volgende gevallen altijd op welstandsniveau 1 zal worden getoetst:
Verbouwingen en uitbreidingen aan monumenten en beeldbepalende panden. Monumenten als vastgesteld. Voor de monumenten en beeldbepalende panden wordt verwezen naar de lijsten in bijlage 9.4.
Bouwen of verbouwen in de onmiddellijke nabijheid van monumenten en beeldbepalende panden.
Bouwen of verbouwen van de zogenaamde “traditionele boerderijen” in het buitengebied betreft de traditionele boerderijen vermeld in bijlage 9.4.
Regulier vergunningplichtige bouwplannen die passen in het bestemmingsplan, maar sterk afwijken van de omgevingskarakteristiek. Deze plannen worden in principe getoetst op de gebiedsgerichte criteria. Ontwerpen die, doelbewust of noodzakelijkerwijs, van de gebiedsgerichte criteria afwijken, zullen met behulp van de algemene criteria beoordeeld worden als lagen zij in een gebied met welstandsniveau 1.
3.4.3.Nadere toelichting op welstandsniveau’s
Niveau 1
In de eerste plaats zijn die gebieden aangewezen die van cruciale betekenis zijn voor het totaalbeeld van de kernen en het landschap. Verder is niveau 1 toegekend aan gebieden met hoge cultuurhistorische, architectonische, landschappelijke of stedenbouwkundige waarde. Daarnaast is uit oogpunt van representativiteit niveau 1 toegekend aan objecten aan of duidelijk in het zicht van de hoofdontsluitingswegen..
Niveau 1 is toegekend aan de volgende gebieden en bebouwing:
Binnen 15 meter vanaf de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 15 meter vanaf de perceelsgrens van bebouwing in het centrum gebied in de kom van Asten dorp en de kernen als mede de voorzijden van bebouwing aan de historische uitvalswegen indien hier nog met regelmaat historische (vooroorlogse) bebouwing in aanwezig is.
Binnen 15 meter vanaf de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 15 meter vanaf de perceelsgrens van instituten met cultuurhistorische waarde.
Enkele cultuur historisch waardevolle gebieden in het buitengebied.
De natuurgebieden in het buitengebied.
Individuele monumenten en de directe belendingen. (niet op kaart aangegeven). Een lijst is in bijlage 9.4 opgenomen.
De zogenaamde “traditionele boerderijen” in het buitengebied. (niet op kaarten aangegeven). Een lijst is in bijlage 9.4 opgenomen.
Niveau 1 geldt in voornoemde gebieden met inachtneming van hetgeen is vermeld in paragraaf 3.4.2.
Niveau 2
Onder dit niveau vallen de gebieden die om een zorgvuldige afstemming vragen van nieuwe bouwkundige ingrepen. Niveau 2 is van toepassing op de meeste coherente woon- werk- en leefomgevingen.
Niveau 2 is toegekend aan de volgende gebieden en bebouwing:
Binnen 10 meter vanaf de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelsgrens van woonwijken waarbij sprake is van een samenhangend bebouwingsbeeld. Dit zijn de woonwijken als genoemd in hoofdstuk 5 onder thema 2 Tuindorp en tuinwijk, thema 3 Woonwijken in traditionele blokverkaveling, thema 4 Woonerven en thema 5 Thematische bouw en thema 6 individuele woningbouw.
Binnen 15 meter vanaf de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 15 meter vanaf de perceelsgrens van instituten zonder noemenswaardige cultuurhistorische waarde.
De groen parken en sportgebieden.
Binnen 50 meter vanaf de as van de weg langs hoofdwegen, met uitzondering van de provinciale weg N279 en rijksweg A67. Buiten deze zone van 50 meter, de N279 en A67 geldt het gebiedsniveau.
Niveau 2 geldt in voornoemde gebieden met inachtneming van hetgeen is vermeld in paragraaf 3.4.2.
Niveau 3
Niveau 3 geldt in principe voor gebieden met een beperkte betekenis voor de openbare ruimte, zoals industrieterreinen, of gebieden waar zeer bewust gekozen is voor een grote mate van vrijheid. Deze gebieden kunnen afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur (voor zover aanwezig) zonder al te veel problemen verdragen. Er zal bij de welstandstoetsing niet gedetailleerd op architectonische kwaliteiten worden beoordeeld.
Onder dit niveau vallen de volgende gebiedssoorten:
Binnen 10 meter vanaf de voorgevelrooilijn van bebouwing en op hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelsgrens op de bedrijventerreinen.
Het agrarisch buitengebied.
Niveau 3 geldt in voornoemde gebieden met inachtneming van hetgeen is vermeld in paragraaf 3.4.2.
Niveau 4
In gebieden met niveau 4 worden plannen niet getoetst aan redelijke eisen van welstand. Wel geldt hier de excessenregeling (zie paragraaf 3.7 excessenregeling).
15 meter achter de voorgevelrooilijn in het centrum gebied in de kom van Asten dorp en de kernen als mede de achterzijden van bebouwing aan de historische uitvalswegen indien hier nog met regelmaat historische (vooroorlogse) bebouwing in aanwezig is.
15 meter achter de voorgevelrooilijn van instituten met of zonder cultuurhistorische waarde
10 meter achter de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelsgrens in geval van woonwijken waarbij sprake is van een samenhangend bebouwingsbeeld. Dit zijn de woonwijken als genoemd in hoofdstuk 5 onder thema 2 Tuindorp en tuinwijk, thema 3 Woonwijken in traditionele blokverkaveling, thema 4 Woonerven en thema 5 Thematische bouw en thema 6 individuele woningbouw
10 meter achter de voorgevelrooilijn en op hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelsgrens op bedrijventerreinen.
3.4.4.Welstandsniveaukaarten
Voor de kom van Asten dorp en de kernen alsmede voor het buitengebied zijn welstandsniveaukaarten opgesteld. Deze kaarten zijn opgenomen in bijlage 9.2.
3.4.5.Onderbouwing gemaakte keuzen in hoofdlijnen Historische bebouwing
Voor wat betreft welstandsniveau wordt onderscheid gemaakt tussen de voor- en achterzijden. Dit komt tot uitdrukking door welstandsniveau 1 toe te kennen aan de bebouwing in het historische centrum en de historische bebouwing langs de hoofdontsluitingswegen, evenals aan historische instituten binnen 15 meter vanaf de voorgevelrooilijn. In het algemeen betreft dit beeldbepalende bebouwing voor de gemeente Asten zichtbaar vanaf de openbare weg en bovendien maakt de aanwezigheid van historische bebouwing de historische gelaagdheid van de gemeente inzichtelijk. De historische beeldbepalende kenmerken van de gebouwen worden voor een belangrijk deel gevormd door de vaak ambachtelijke detaillering. Het is daarom dat aan de welstandscommissie de mogelijkheid tot invloed wordt gegeven tot op detailniveau.
Daarnaast is het belang van de individuele burger, de aanvrager. Vandaar dat vanaf 15 meter achter de voorgevelrooilijn welstandsniveau 4 is toegepast, mits de bestaande bebouwing het zicht ontneemt op het nieuw te bouwen bouwwerk vanaf de openbare weg en de bestaande andere bebouwing zich bevindt binnen 15 meter vanaf de voorgevelrooilijn. Hiermee worden de achterzijden van deze bebouwing welstandsvrij.
Planmatige woonwijken
Binnen 10 meter vanaf de voorgevelrooilijn en voor hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelgrens wordt aan de (planmatige) woonwijken niveau 2 toegekend. Met dit lagere niveau ten opzichte van de historische bebouwing wordt een zekere nuancering in belang aangegeven en wordt tegemoet gekomen aan het individuele belang en vrijheid van de betreffende aanvrager. Op niveau 2 heeft de commissie geen invloed op detaillering, kleur-, en materiaalgebruik op bijvoorbeeld goot-omtimmeringen, kozijnen ornamenten etc. Het geeft de commissie echter nog wel invloed aan de voorzijden op aspecten als de gevelindeling (zoals de verhoudingen en afmetingen van openingen in de gevel) en kleur- en materiaalgebruik van deelvlakken als bijvoorbeeld puien. Het geeft de commissie bijvoorbeeld nog de mogelijkheid om een volledig gesloten gevel gelegen aan openbaar gebied te verhinderen.
In het belang van de individuele burger, de aanvrager is vanaf 10 meter achter de voorgevelrooilijn en voor hoekpercelen 10 meter vanaf de perceelsgrens in de woonwijken niveau 4 toegepast. Hiermee worden de achterzijden van deze bebouwing welstandsvrij.
Buitengebied
Voor het buitengebied geldt dat voor het agrarisch gebied het belang van de bedrijfsmatige gebruikers zwaar is gewogen. Vandaar dat in algemene zin niveau 3 is toegepast in de agrarische gebieden. Het belang van cultuurhistorisch erfgoed is vertaald door aan de panden die kunnen worden gekwalificeerd als “traditionele boerderij” en een aantal cultuurhistorisch waardevolle gebieden niveau 1 toe te kennen.
Aan de natuurgebieden is niveau 1 toegekend. Hier zal alleen in zeer uitzonderlijke gevallen iets worden gebouwd of verbouwd. Met het hoge welstandsniveau wordt de commissie tot op detailniveau invloed gegeven op het ontwerp om daarmee de kans op verstoring van de omgeving zoveel mogelijk te kunnen vermijden.
Ten aanzien van de hoofdwegen (ook in het buitengebied), binnen een zone van 50 meter vanaf de as van de weg is niveau 2 toegepast. Buiten de zone van 50 meter is het welstandsniveau het geldende gebiedsniveau. Meestal is dit in het buitengebied niveau 3, maar het kan ook niveau 1 zijn.
Hoofdstuk › Paragraaf 3.
Artikel 3.4.
WELSTANDSNIVEAUS
Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015