In de Woningwet (artikel 12a) is een excessenregeling opgenomen.
Deze excessenregeling geldt ook voor Omgevingsvergunning vrije bouwwerken.
Vergunningsvrije bouwwerken die voldoen aan de algemene criteria zijn in elk geval niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Bij afwijkingen van de criteria zullen burgemeester en wethouders desgevraagd beoordelen of het bouwwerk in ernstige mate met die criteria in strijd is. Hiervoor kan de welstandscommissie om advies worden gevraagd. Een dergelijke beoordeling kan voorafgaand aan de realisatie worden uitgevoerd op verzoek van de initiatiefnemer, of na realisatie op verzoek van belanghebbenden of ambtshalve. Indien het advies negatief is, wordt dit advies met redenen omkleed, aan het college van B en W voorgelegd.
Burgemeester en Wethouders kunnen aanschrijven tot het (doen) opheffen van die ernstige strijd met redelijke eisen van welstand.
De gemeente Asten hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het gaat hierbij dus om zaken die aantoonbaar ondeugdelijk van uitvoering zijn, verloedering van de omgeving van het bouwwerk in de hand werken, of anderszins aanstootgevend zijn.
Vaak heeft deze betrekking op:
Het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk van zijn omgeving;
Ernstig verval van bouwwerken;
Het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk;
Armoedig materiaalgebruik;
Toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren waar daar geen redelijke aanleiding voor is;
Te opdringerige reclames;
Een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria).
Hoofdstuk › Paragraaf 3.
Artikel 3.7.
CRITERIA EXCESSENREGELING VERGUNNINGSVRIJE BOUWWERKEN
Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015