5.7.1.Beschrijving bestaande situatie
Algemeen
De gebieden in Asten waarop de beschrijving is gericht en waarvoor de in dit thema genoemde criteria zijn bedoeld worden in bovenstaande kaart aangegeven. Voor Heusden en Ommel wordt verwezen naar de kaarten in paragraaf 9.3.
Als reactie op de blokverkaveling en de invloed van de ‘modernen’, die als te zakelijk en monotoon werden ervaren, ontstaat in de jaren ’70 de Forumbeweging, die aandacht vraagt voor de menselijke schaal en maat van nieuwe woongebieden.
De woningen zijn geclusterd. De stedenbouwkundige opzet voegt zich in de bestaande woonwijk, de architectonische uitstraling volgt het traditionele karakter van de jaren ’70. Het ruimtelijk beeld van de wijk wordt gekenmerkt door het openbaar groen en de smalle woonstraten. De wijken en woningen zijn sterk naar binnen gekeerd. Het onderscheid tussen voor- en achterzijde van de woning wordt in de verkavelingopzet min of meer losgelaten.
De bebouwing van dit type is met name te vinden in de bestaande bebouwing Loverbosch. Aan wijkdelen zoals tussen de Heerbaan en de Jan van der Diesduncstraat en het zuidelijk deel van Voordeldonk is eveneens dit thema toegekend.
Kenmerken openbare ruimte
Het bewust nagestreefde informele landschappelijke karakter is een belangrijk kenmerk van de inrichting van de openbare ruimte. Buiten de hoofdontsluitingswegen is de kwetsbaarheid van de voetganger en het spelende kind uitgangspunt voor de inrichtingsopzet. De openbare ruimte is ingericht als woonerf: rechtstanden in wegen en straten zijn aan maximale maten gebonden om de snelheid te remmen.
De benodigde ruimte voor het parkeren is in kleine clusters verdeeld over het woonerf. Al aanwezige groenelementen worden waar mogelijk gespaard en opgenomen in de openbare ruimte. De combinatie van gehandhaafd groen, “verkeersgroen” en privé-groen op de achtererven zorgen voor een semi-dorpse sfeer in de woonlobben.
Kenmerken van het bebouwingsbeeld (algemeen)
Vrijwel alle woningen bestaan uit één of twee lagen met een kap. Waar daken zijn doorgezet over de aanbouwen kan de goothoogte van een pand verspringen. Straatwanden zijn gesloten of half open. In beperkte mate komen vrijstaande en half vrijstaande woningen voor gegroepeerd in daarvoor bestemde lobben. Appartementengebouwen, meestal in drie of vier lagen, maken sporadisch deel uit van het woonprogramma.
In veel gevallen staan bergingen voor de woningen opgesteld. Een groot aantal van de woningen heeft mede daardoor een gesloten karakter aan de straatzijde. De woningen zijn vooral georiënteerd op de privé-tuin. Door de variatie in plaatsing van aanbouwen en in de oriëntatie van de woning op de straat, geeft ook de overgang van openbaar gebied naar privé erf een wisselend beeld te zien.
Woongebieden uit de jaren zeventig laten grote variatie in architectuur zien. De architectuur van de woningen is, desondanks, relatief ingetogen en sluit in materialisering aan bij de cultuur van de jaren 70: ambachtelijke materialen; bruin soms groen of witte houten puien of deelvlakken, vrijwel altijd een rode baksteen en donkere pannen. Felle, contrasterende kleuren worden zelden gebruikt. De sterk wisselende wijze van gebruik en inrichten van de naar de straat gekeerde tuinzijden heeft in sommige gevallen geleid tot een verstoring van het groene en rustige straatbeeld. De individuele aanpak van tuinafscheidingen draagt in hoge mate bij aan dit beeld.
Veranderingsprocessen
De meeste buurten uit deze periode functioneren in grote lijnen goed en hebben hun hoofdopzet behouden. Plaatselijk zijn beperkte aanpassingen en reconstructies van wooncomplexen en voorzieningenconcentraties noodzakelijk gebleken.
Verstoringen van het bebouwingsbeeld doen zich vooral voor bij achtertuinen die naar de straat gekeerd zijn en bij hoekwoningen. Waar afschermend openbaar groen ontbreekt of aan bewoners is overgedragen, komen achtererven ingevuld met schuttingen, schuurtjes, carports en garages in het zicht. De afmetingen en vormgeving onderling verschillen doorgaans. Deze ingrepen staan vaak op gespannen voet met de visuele kwaliteit van het publieke domein.
Hoofdstuk › Paragraaf 5.
Artikel 5.7.
THEMA 4 WOONERVEN
Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015