Deze criteria gelden voor alle erfafscheidingen. Veel erfafscheidingen zijn vanuit de wet niet vergunningplichtig. Indien echter sprake is van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand (een welstands-exces) kan ook tegen vergunningvrije erfafscheidingen repressief worden opgetreden. In die gevallen vormen deze criteria een concretisering van de criteria in de excessenregeling.
Altijd-goed-kader:
De erfafscheiding is een herhaling van een vergunde, gerealiseerde erfafscheiding bij een soortgelijk gebouw in de omgeving, of
Het plan voldoet aan de volgende criteria:
De erfafscheiding past binnen de bouwregels van het bestemmingsplan.
Het plan voldoet aan de beeldkwaliteitseisen, indien er een beeldkwaliteitsplan van toepassing is.
Het hoofdgebouw is geen monument.
Daar waar welstandsniveau 1 geldt bestaat de erfafscheiding uit open gaaswerk of open spijlenhekwerk al dan niet in combinatie met een voetmuur en penanten, of is uitgevoerd in hetzelfde materiaal als het hoofdgebouw. Daar waar een beeldkwaliteitsplan geldt, zijn de bepalingen in het beeldkwaliteitsplan geldend.
In woongebieden: een hoogwaardige, neutraal vormgegeven erfafscheiding van houten schermen is ook mogelijk. (geen togen, geen vlechtschermen).
De hoogte van de erfafscheiding is maximaal 2 meter en blijft onder de gootlijn van het aansluitende gebouwdeel.
Een hoge gebouwde erfafscheiding blijft minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw.
Een gesloten erfafscheiding heeft aan de straat een ononderbroken lengte van maximaal 15 meter. Bij grotere lengtes is een ritmering d.m.v. verspringingen of afwisseling met groen noodzakelijk.
Een perceel zonder bebouwing: eenvoudige afrastering (houten palen en draad of gaas) van maximaal 1.50m hoogte. Geen gesloten erfafscheiding.
Afwegingskader:
Plaatsing/situering:
De erfafscheiding is qua plaatsing ondergeschikt aan het hoofdgebouw.
De plaatsing is logisch i.v.m. gebruik.
De plaatsing belemmert het vrije uitzicht op de straatruimte of op waardevolle objecten in de omgeving niet.
De plaatsing past in de kenmerkende bebouwingsstructuur van de omgeving.
Maat en schaal:
De erfafscheiding past bij de schaal van het hoofdgebouw. Daarmee wordt bedoeld dat de maatvoering, profilering, ritme geen storend contrast met het bestaande oproepen.
Vormgeving:
Buitengebied: de vormgeving is afgestemd op het karakter van de omgeving: in het buitengebied dienen dichte gebouwde erfafscheidingen te worden vermeden; een open weidelandschap vraagt om laag draad- gaas- of hekwerk in neutrale kleuren; in bosgebied kan dit wat hoger zijn. Puntdraad boven ooghoogte is vanwege het afstotende karakter niet gewenst.
Bebouwde kom: de vormgeving is neutraal of past bij het hoofdgebouw: stijl en karakter sluiten aan op die van de hoofdmassa.
Materiaaltoepassing:
De materialen zijn kwalitatief op het hoofdgebouw en de omgeving afgestemd.
Kleurtoepassing:
De kleuren passen bij het hoofdgebouw: ze zijn neutraal of ze zijn erop afgestemd.
Hoofdstuk › Paragraaf 7.
Artikel 7.3.
ERFAFSCHEIDINGEN
Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015