Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 1.

Artikel 1.6.

TOETSING/HANDHAVING ‘ACHTERAF’ EN EXCESSENREGELING BIJ VERGUNNINGVRIJE BOUWWERKEN

Onderdeel van Welstandsbeleid Gemeente Asten 2015

De gemeente ziet erop toe dat het welstandsbeleid wordt gehandhaafd. Dit gebeurt zowel door ‘ toetsing achteraf’ als door middel van de excessenregeling. Handhaving/toetsing ‘achteraf’ vindt plaats bij: Omgevingsvergunningplichtige bouwwerken die zonder vergunning zijn uitgevoerd; Bouwwerken die afwijken van de tekeningen waarop een omgevingsvergunning is verleend. De aanvrager van de omgevingsvergunning krijgt de gelegenheid om alsnog of opnieuw een vergunning aan te vragen. Het kan zijn dat deze omgevingsvergunning geweigerd wordt, bijvoorbeeld vanwege een negatief welstandsadvies. De gemeente kan de eigenaar dan aanschrijven deze strijdigheid binnen een bepaalde termijn op te heffen. De excessenregeling is van toepassing op bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is maar die toch ernstig in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dat wil zeggen het bouwwerk is in ernstige mate in strijd met de criteria van de welstandsnota. Dat kan het geval zijn als het uiterlijk of de plek van een bouwwerk buitensporig afwijkt en grote afbreuk doet aan de ruimtelijke eenheid, kwaliteit en eigenheid van een welstandscategorie. Denk bijvoorbeeld aan het verval van panden of ernstig achterstallig schilderwerk van panden. In de gemeente Asten zijn vervallen panden een probleem dat om een aanpak vraagt. De oorzaken van verval liggen vaak in de sfeer van persoonlijke kwesties, financiele overwegingen en belemmeringen in herbestemming. Aanpak ervan is niet onmogelijk, maar vraagt om een duidelijke lijn die wordt ingezet en volgehouden. Achterstallig onderhoud is gemakkelijker aan te pakken en daarmee kunnen grotere problemen worden voorkomen. Om te kunnen handhaven op welstand dienen criteria voor redelijke eisen van welstand in de welstandsnota te zijn vastgelegd. Volgens artikel 12a Woningwet kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat “ in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand” aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. In paragraag 3.7 is nader omschreven wanneer sprake is van ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. Een adequate aanpak bestaat echter uit meer dan criteria voor redelijke eisen van welstand in een vastgestelde welstandsnota. Naast de criteria in de welstandsnota dient de gemeente beleid vast te stellen en kenbaar te maken met welk doel en op welke manier de middelen ingezet zullen worden, om daadwerkelijke handhaving mogelijk te maken. Deze middelen zijn naast de welstandsnota, het gemeentelijke handhavingsbeleid, het monumentenbeleid, bestemmingsplannen en de bouwverordening.

Rechtspraak bij dit artikel