Deze criteria gelden voor alle dakkapellen. Veel dakkapellen, met name aan de achterkant, zijn van uit de wet niet vergunningplichtig. Indien echter sprake is van ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand (een welstands-exces) kan ook tegen vergunningvrije dakkapellen repressief worden opgetreden. In die gevallen vormen deze criteria een concretisering van de criteria in de excessenregeling.
Altijd-goed-kader:
De dakkapel is een herhaling van een vergunde, gerealiseerde dakkapel op een soortgelijk gebouw in de omgeving, of
Het plan voldoet aan de volgende criteria:
De dakkapel past binnen de bouwregels van het bestemmingsplan.
Het plan voldoet aan de beeldkwaliteitseisen, indien er een beeldkwaliteitplan van toepassing is.
Het gebouw is geen monument.
Materialen en kleuren sluiten aan bij het gebouw.
De dakkapel is plat afgedekt.
De dakkapel is maximaal 3m breed bij 1,5m hoog buitenwerks.
De afstand tot dakranden is minimaal 1 meter, en de dakkapel blijft 1 meter onder de nok van het dak.
De afstand tot andere dakkapellen bedraagt minimaal 1 meter.
Afwegingskader:
Plaatsing/situering:
Een dakkapel staat evenwichtig op het dakvlak.
De plaatsing past in de kenmerkende bebouwingsstructuur van de omgeving.
Maat en schaal:
Een dakkapel is qua massawerking ondergeschikt aan de massa van het gebouw.
Een dakkapel past bij de schaal van het gebouw. Daarmee wordt bedoeld dat de maatvoering, profilering, ritmering geen storend contrast met het bestaande oproepen.
Vormgeving:
Bij samenhangende straatwanden of ensembles is afstemming op de bestaande dakkapellen noodzakelijk (bv. als alle dakkapellen een kap hebben, ook een kap toepassen)
De vormgeving past bij het gebouw: stijl en karakter sluiten aan op die van het gebouw, of vormen daarop een evenwichtig contrast. Dit is het geval wanneer het beeld van het geheel door de contrastwerking sprekender of krachtiger wordt.
Materiaaltoepassing:
De materialen passen bij het gebouw: ze zijn hetzelfde of ze zijn erop afgestemd. Accent en contrast kunnen worden ingezet, maar wel in dienst van het totaalbeeld. Dit is het geval wanneer het beeld van het geheel door de contrast- of accentwerking sprekender of krachtiger wordt.
De materialen zijn kwalitatief op het gebouw en de omgeving afgestemd.
Kleurtoepassing:
De kleuren passen bij het gebouw: ze zijn hetzelfde of ze zijn erop afgestemd. Accent en contrast kunnen worden ingezet, maar wel in dienst van het totaalbeeld. Dit is het geval wanneer het beeld van het geheel door de contrast- of accentwerking sprekender of krachtiger wordt. (denk aan donkere zijwangen of de toepassing van gekleurd glas als puivulling.