In het sociaal domein zijn veel gegevens en data beschikbaar. Denk aan gegevens over zorggebruik, demografische gegevens van inwoners en financiële informatie. Deze landelijke, regionale en lokale gegevens geven ons inzicht in ‘waar we staan’ en geven ons handvatten voor keuzes die we maken. Ook kunnen we hierbij onze activiteiten monitoren. We willen in de komende periode gericht inzetten op het verzamelen en interpreteren van deze gegevens. Naast data leren we van casuïstiek en ervaringen die we daarmee opdoen. Nieuwsgierigheid en pro-activiteit zijn daarbij belangrijk.
We gaan op basis van dit beleidsplan doelgericht data verzamelen om te controleren of we de goede dingen doen. Hiervoor formuleren we de boogde resultaten in dit beleidsplan om een antwoord kunnen geven op de vraag: “wat willen we bereiken”. In het uitvoeringsplan concretiseren we het beleid en stellen indicatoren vast. Vervolgens starten we, beginnend met een nulmeting, met het periodiek meten in hoeverre we de doelen daadwerkelijk realiseren. We monitoren en evalueren periodiek het hele plan en niet losse speerpunten. Door continu te meten zijn ook de (minimale) effecten op de speerpunten op de lange termijn te zien.
Als plan hanteren we het Kwaliteitskompas (zie figuur 5). De activiteiten worden getoetst aan hun bijdrage aan het gewenste maatschappelijk resultaat. De effecten staan daarbij centraal. Wij lichten periodiek in of de doelstellingen behaald zijn. Door het regelmatige monitoren ronden we activiteiten en interventies af of stellen deze bij. Op deze manier werken we continu aan het verbeteren van de kwaliteit.
Figuur 5: Het Kwaliteitskompas (bron: Nederlands Jeugdinstituut)
Hoofdstuk 4:
Artikel 4.2