1. Een aan de centrumregeling deelnemende gemeente kan uit de centrumregeling treden door een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders van die gemeente en na verkregen toestemming van de desbetreffende raad. Deze besluiten worden direct ter kennisname van de andere colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap gebracht.
2. Een deelnemende gemeente kan uitsluitend per 1 januari van een kalenderjaar uittreden. Het voornemen tot uittreding wordt door de deelnemende gemeente minimaal zes maanden van tevoren schriftelijk kenbaar gemaakt aan de centrumorganisatie.
3. De centrumorganisatie regelt in overleg met de deelnemende gemeenten de financiële gevolgen en de overige gevolgen van uittreding. De directe en indirecte kosten die rechtstreeks voortvloeien uit de uittreding komen ten laste van de uittredende gemeente(n).
Artikel 10.
Uittreden
Onderdeel van CENTRUMREGELING METEN EN MONITOREN AFVALWATERKETEN EN GRONDWATER VALLEI EN VELUWE GEMEENTE BRUMMEN