Naar hoofdinhoud
1. Het bestuurlijk overleg wijst uit zijn midden een voorzitter aan. De voorzitter stelt een ambtelijk secretaris aan. De voorzitter, de secretaris en de coördinator (van het door de centrumorganisatie voor de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken ingerichte team (UVT)) bereiden de bijeenkomsten van het bestuurlijk overleg voor. De secretaris draagt zorg voor het verslag van het bestuurlijk overleg. 2. Tenminste twee keer per jaar vindt er bestuurlijk overleg plaats over de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken. Het overleg is gericht op: a. het monitoren van de uitvoering van de taken door de centrumorganisatie, zoals omschreven in artikel 4 van deze regeling en het bespreken van eventuele knelpunten die zich daarin voordoen; b. informatie-uitwisseling over activiteiten van de deelnemende gemeenten en het waterschap op het terrein van deze regeling die voor de uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken van belang zijn of kunnen zijn; c. afstemming en het ontwikkelen van voorstellen over eventuele aanpassingen en verbeteringen die gewenst of nodig zijn in het belang van een effectieve en efficiënte uitvoering van de in artikel 4 van deze regeling genoemde taken. 3. Bestuurlijk overleg vindt voorts plaats wanneer een van de portefeuillehouders of heemraad, onder opgaaf van redenen, zulks te kennen geeft in een aan de voorzitter van het bestuurlijk overleg gericht, schriftelijk verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel