Bij afronding van investeringskredieten kunnen de volgende situaties zich voordoen:
Het krediet is overschreden. De gemeenteraad is in een eerder stadium (via de tussenrapportages) al op de hoogte gebracht van het verloop van de investering.
Het krediet is toereikend geweest en voor het juiste doel aangewend.
Het krediet is te hoog. De overblijvende middelen vloeien terug in de algemene middelen. De gemeenteraad dient in een zo vroeg mogelijk stadium, via een bestuursrapportage, te worden geïnformeerd over de onderschrijding van het krediet.
Het is niet toegestaan tegenvallers en meevallers met elkaar te verrekenen. Ook het gebruiken van kredieten voor een andere bestemming is niet toegestaan. In de nacalculatie zal ook worden vermeld in hoeverre de beoogde maatschappelijke effecten zijn gerealiseerd.
Nacalculatie:
Voor alle investeringen dient een nacalculatie te worden opgesteld direct na afronding van het krediet. Voor investeringen met een afwijking groter dan 25% wordt de analyse worden opgenomen in een bestuursrapportage of in de jaarrekening.
Voor investeringen groter dan € 100.000,00 (was € 50.000) zal de nacalculatie separaat aan de gemeenteraad worden aangeboden. Uitzondering hierop zijn de jaarlijkse terugkerende investeringen.
Het rapporteren is de laatste jaren niet consequent gebeurd. Dit zal nu extra aandacht krijgen.
Gedragslijn 15: Na afronding van een investeringskrediet wordt een rapportage opgesteld.
Hoofdstuk 7.
Artikel 7.1.
Rapportage en nacalculatie na afronding
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Brunssum houdende regels omtrent de investeringen van de gemeente