Het grootste probleem op de vastgestelde vaarroutes zijn bruggen die te laag zijn of niet breed genoeg. Met name rond Oostwoud zijn een aantal bruggen die een hoogte van slechts 1.10m hebben. De komende jaren worden alle lage bruggen geïnventariseerd. Daarna wordt bekeken welke bruggen worden aangepakt. Omdat dit vaak particuliere bruggen betreft is het niet altijd mogelijk om een dergelijk knelpunt op te lossen. De eigenaren moeten bijvoorbeeld bereid zijn om mee te werken. Ook is het soms technische niet mogelijk om bruggen te verhogen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een aantal bruggen van de Stoomtram Hoorn-Medemblik.
Volgens de richtlijnen van het Recreatieschap dienen nieuwe bruggen op officieel vastgestelde vaarroutes een minimale doorvaart hoogte hebben van 1.50m en een breedte van 3.0m
Hoofdstuk 6
Artikel 6.1