Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders van Medemblik treden eenduidig, doortastend en consistent op tegen onrechtmatig gebruik van recreatieverblijven. Onder het ‘gebruik’ wordt zowel het gebruik van het recreatieverblijf door de eigenaar zelf, als het (doen) laten gebruiken verstaan. Hieronder is inbegrepen het gebruiken van het recreatieverblijf, terwijl men geen eigenaar is van het recreatieverblijf. 2.. Burgemeester en wethouders zullen in beginsel aan bewoners die voldoen aan de eisen zoals genoemd in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder c juncto artikel 4, aanhef en onder 10, bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) een omgevingsvergunning verlenen voor het bewonen van een recreatiewoning in strijd met het bestemmingsplan. Op grond van artikel 2.25, derde lid, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 5.18, vierde lid, van het Bor geldt een omgevingsvergunning voor het bewonen van een recreatiewoning slechts voor degene aan wie zij verleend is en voor de termijn gedurende welke degene aan wie de vergunning is verleend de desbetreffende recreatiewoning onafgebroken bewoont. 3.. Burgemeester en wethouders van Medemblik treden bij voorkeur op door middel van het opleggen van een last onder dwangsom, zoals bedoeld in artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht (Awb). 4.. In afwijking van het vorige lid treden burgemeester en wethouders op door middel van een last onder bestuursdwang indien de aanwezige spoed dit vereist of indien het opleggen van een last onder dwangsom om enigerlei reden niet mogelijk is dan wel op een eerder moment onvruchtbaar is gebleken als herstelsanctie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel