Het intrekken van een vergunning zal meestal een reparatoire (situatieve) sanctie zijn maar kan onder bepaalde omstandigheden ook als een punitieve (repressieve) sanctie worden gekwalificeerd. Het verschil tussen deze vormen van sanctie is dat de laatstgenoemde vorm een bestraffend element bevat, deze ontbreekt bij de eerst genoemde die als doel heeft beëindiging van de normovertreding.
Voorbeeld: Zo loopt een exploitant van een discotheek, die zich niet stoort aan de vergunningsvoorschriften met betrekking tot het maximaal aantal decibellen, het risico dat zijn exploitatievergunning wordt ingetrokken.
Om de vraag te kunnen beantwoorden of een bepaalde beschikking ingetrokken mag worden ingetrokken, zal men eerst moeten onderzoeken of de wet waarop de beschikking berust iets zegt over het intrekken van een beschikking. Meestal zegt de wetgever niets over intrekking. In beginsel is intrekking van een beschikking toegestaan wanneer de wet hierover zwijgt. Er zal uiteraard wel voldaan moeten worden aan de beginselen van behoorlijk bestuur.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.6
Intrekking vergunning6 Bestuursrecht in het Awb-tijdperk, G.A.c.M. van Ballegooi, T. Barkhuysen, A.F.M. Brenninkmeijer, W. den Ouden, J.E.M. Polak, 5e druk
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent handhaving (Kadernota Handhaving Medemblik)