Handhaving van ruimtelijke ordening vindt plaats bij de sector Ruimte. Het bestemmingsplan vormt de juridische basis voor het gemeentelijk optreden indien in strijd met de voorschriften voor het gebruik van grond en gebouwen wordt gehandeld. Het bestemmingsplan heeft immers een planologisch karakter en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn hierin neergelegd. Vastgestelde bestemmingsplannen moeten op grond van artikel 33 Wet Ruimtelijke Ordening eens per 10 jaar worden herzien. Deze wettelijke verplichting zal in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening bij niet naleving ook sancties kennen. Op dit moment wordt er op het aandachtsgebied Ruimtelijke Ordening gehandhaafd middels het piepsysteem.
6.5.1 Overlast op vakantieparken
De aanpak van overlast op vakantieparken vereist een integrale en projectmatige aanpak. De gemeente is belast met handhaving van de bestemming van dit terrein, de politie treedt op bij strafbare handelingen en de beheerder ziet toe op de naleving van de algemene regels en is verantwoordelijk voor de fysieke inrichting en verzorging van het terrein. Periodiek vindt overleg plaats en op grond van de bevindingen worden maatregelen voorgesteld.
6.5.2 Aandachtspunten
Het vertalen van nieuw beleid in bestemmingsplannen.
Invoering van programmatisch handhaven.
Continuering van de handhaving van het niet recreatieve gebruik van recreatiebungalows op de vakantieparken (rekening houdend met persoonsgebonden gedoogbeschikkingen).
Actualiseren van bestemmingsplannen.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.5
Handhaving Ruimtelijke Ordening
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Medemblik houdende regels omtrent handhaving (Kadernota Handhaving Medemblik)