Geconstateerd kan worden dat in een periode van bijna 40 jaar gedogen nog steeds geen oplossing is gevonden voor het regelen van de zogenaamde achterdeurproblematiek. Enerzijds wordt de verkoop van softdrugs door coffeeshops gedoogd en anderzijds is de productie en toelevering van softdrugs (de achterdeur) aan de coffeeshops illegaal en dus strafbaar.
In het gedoogbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen softdrug en harddrugs en de aanpak hiervan. Softdrugs zijn cannabisproducten zoals marihuana en hasj. Harddrugs zijn middelen met een groter gezondheidsrisico, zoals XTC, cocaïne en heroïne. De regels met betrekking tot drugs zijn beschreven in de Opiumwet.
Door de verkoop van cannabis binnen duidelijke grenzen te gedogen en streng op te treden tegen de verkoop van harddrugs, worden deze twee markten uit elkaar getrokken. Verkoop van cannabis in coffeeshops is hiervan een voorbeeld. De gedachte hierachter is dat een cannabisgebruiker zijn softdrugs dan niet bij een illegaal opererende dealer koopt die hem makkelijker in aanraking brengt met harddrugs. Door de handel in harddrugs en cannabis van elkaar te scheiden, kunnen gebruikers van cannabis beter worden afgeschermd van drugs die veel schadelijker voor de gezondheid zijn. Tegelijkertijd wordt het bezit of de verkoop van drugs harder aangepakt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.2
Gedoogbeleid en achterdeurproblematiek
Onderdeel van Uitvoeringsnota Drugsbeleid 2021 Gemeente Oude IJsselstreek