Opiumwet
Met name de politie en het OM kunnen optreden op grond van de Opiumwet. Artikelen 2, 3 en 10 van de Opiumwet verbieden het telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, aanwezig hebben en vervaardigen van middelen als bedoeld in lijst I (harddrugs) en II (softdrugs) van de Opiumwet en/of voorhanden hebben van voorwerpen of stoffen bestemd voor de productie van harddrugs en/of grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt. Hier valt ook de openbaarmaking gericht op verkoop, aflevering of verstrekking van een middel uit de lijst onder. Afhankelijk van het type verbod dat wordt overtreden, gelden er bepaalde straffen. Dit verschilt van een geldboete tot een gevangenisstraf.
De Opiumwet is een wet uit het strafrecht, maar kent toch één bestuursrechtelijk component. Artikel 13b Opiumwet (ook wel de Wet Damocles genoemd) biedt de burgemeester namelijk de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen als er in een lokaal of een woning drugs wordt verhandeld. Onder handel wordt verstaan de teelt, bereiding, bewerking, vervaardiging, verkoop, aflevering, verstrekking en aanwezigheid van drugs en/of voorwerpen of stoffen bestemd voor de productie van harddrugs en/of grootschalige of bedrijfsmatige hennepteelt.
Artikel 13b Opiumwet luidt als volgt:
1. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf:
a. een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is;
b. een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a voorhanden is.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien woningen, lokalen of erven als bedoeld in het eerste lid, gebruikt worden ter uitoefening van de artsenijbereidkunst, de geneeskunst, de tandheelkunst of de diergeneeskunde door onderscheidenlijk apothekers, artsen, tandartsen of dierenartsen.
De handel in drugs, maar ook de hennepteelt, kan (grote) overlast veroorzaken voor de directe omgeving in de vorm van brandgevaar, wateroverlast, vervuiling, geluidshinder en vandalisme. Ook kan het onveiligheidsgevoel van omwonenden hierdoor toenemen. Er wordt daarom streng opgetreden bij overtredingen op grond van artikel 13b Opiumwet.
Hiervoor is de een Beleidsregel bestuurlijke sancties artikel 13b Opiumwet gemeente Oude IJsselstreek opgesteld, waarin is vastgelegd hoe de burgemeester van de gemeente Oude IJsselstreek zal omgaan met de bevoegdheid. Bestuursdwang is immers een ingrijpend middel en sluiting van panden staat op gespannen voet met een aantal mensenrechten. In de beleidsregel is het complete handhavingsarrangement terug te vinden. Onderdeel van het handhavingsarrangement is dat er verzwarende omstandigheden kunnen zijn die leiden tot zwaardere maatregelen. Voorbeelden van deze omstandigheden zijn:
- er is sprake van gevaar voor de omgeving en/of risico voor omwonenden;
- er is sprake van één of meer (vuur)wapens/verboden wapenbezit als bedoeld in de Wet Wapens en Munitie;
- er is sprake van betrokkenheid bij georganiseerde criminaliteit.
Artikel 174a Gemeentewet
Artikel 174a Gemeentewet staat ook wel bekend als Wet Victoria. Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten indien door gedragingen in de woning (of op het erf behorende bij de woning) de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord. Deze bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde rond de woning, het lokaal of erf.
Artikel 174a Gemeentewet:
1. De burgemeester kan besluiten een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten, indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf wordt verstoord.
2. De in het eerste lid genoemde bevoegdheid komt de burgemeester eveneens toe in geval van ernstige vrees voor verstoring van de openbare orde op de grond dat de rechthebbende op de woning, het lokaal of het erf eerder een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf op een zodanige wijze heeft gebruikt of doen gebruiken dat die woning, dat lokaal of dat erf op grond van het eerste lid is gesloten, en er aanwijzingen zijn dat betrokkene de woning, het lokaal of het erf ten aanzien waarvan hij rechthebbende is eveneens op een zodanige wijze zal gebruiken of doen gebruiken.
3. De burgemeester bepaalt in het besluit de duur van de sluiting. In geval van ernstige vrees voor herhaling van de verstoring van de openbare orde kan hij besluiten de duur van de sluiting tot een door hem te bepalen tijdstip te verlengen.
4. Bij de bekendmaking van het besluit worden belanghebbenden in de gelegenheid gesteld binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde wordt beëindigd. De eerste volzin is niet van toepassing, indien voorafgaande bekendmaking in spoedeisende gevallen niet mogelijk is.
5. De artikelen 5:25 tot en met 5:28 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
De burgemeester kan van de overtreder de ingevolge artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigde kosten invorderen bij dwangbevel.
Artikel 14 Woningwet en artikel 77 lid 1, sub 7 Onteigeningswet
Artikel 14 Woningwet staat ook wel bekend als Wet Victor. Deze wet geeft zowel de burgemeester als het college van burgemeester en wethouders de mogelijkheid om na sluiting van een woning of een niet voor publiek toegankelijk lokaal over te gaan tot het opleggen van de verplichting tot een ander gebruik. Hier zal toe worden overgegaan als het bijvoorbeeld nodig is de staat van een woning of lokaal te verbeteren. Indien dit niet tot verbetering leidt, kan de gemeenteraad op grond van artikel 77 lid 1, sub 7 Onteigeningswet, tot onteigening van de woning of het pand.
Artikel 14 Woningwet:
1. Indien een gebouw, open erf of terrein in beheer is gegeven als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, stelt het bevoegd gezag een beheervergoeding vast die degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, is verschuldigd aan het bevoegd gezag ten behoeve van het beheer.
2. De beheervergoeding bestaat uit een kostendekkende vergoeding voor de uitvoering van het beheer.
3. Degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, betaalt de beheervergoeding en de verschuldigde kosten voor het treffen van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid, vaan de beheerder.
4. Het bevoegd gezag kan de beheervergoeding en de verschuldigde kosten van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid, invorderen bij dwangbevel.
5. Het bevoegd gezag kan de door de beheerder geïnde huurpenningen verrekenen met de beheervergoeding en de verschuldigde kosten van de voorzieningen of aanpassingen, bedoeld in artikel 13b, vierde lid.
6. De beheerder draagt de door hem geïnde huurpenningen slechts af aan degene tot wie het in artikel 13b, tweede lid bedoelde besluit is gericht, voor zover geen geldschulden, bedoeld in het derde lid, open staan.
Artikel 77 lid 1, sub 7 Onteigeningswet:
o Onteigening, bedoeld in deze titel kan plaatsvinden bij een gebouw als bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet ten behoeve van de handhaving van de openbare orde rond dat gebouw of van de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet in zodanig gebouw, indien de uitoefening van bevoegdheden, bedoeld in artikel 13b, tweede lid, van de Woningwet, geen uitzicht heeft geboden op een duurzaam herstel van de openbare orde rond dat gebouw welke is verstoord door gedragingen in het gebouw, onderscheidenlijk het duurzaam achterwege blijven van een overtreding van artikel 2 of 3 van de Opiumwet in dat gebouw.
Artikel 174 Gemeentewet
De burgemeester is op basis van artikel 174 Gemeentewet belast met het toezicht op openbare inrichtingen en met de uitvoering van verordeningen die betrekking hebben op dat toezicht. Hieruit volgt dat de bevoegdheid om tegen de vestiging van coffeeshops op te treden en ten aanzien hiervan beleid te voeren expliciet bij de burgemeester ligt.
Artikel 174 Gemeentewet:
1. De burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven.
2. De burgemeester is bevoegd bij de uitoefening van het toezicht, bedoeld in het eerste lid, de bevelen te geven die met het oog op de bescherming van veiligheid en gezondheid nodig zijn.
3. De burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
Artikel 1:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening
Artikel 1:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Oude IJsselstreek (hierna APV) stelt dat de aard van de vergunning zich verzet tegen gelding voor onbepaalde tijd indien het aantal vergunningen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen overtreft.
Met het toestaan van één coffeeshop, geldt dit artikel ook voor de vergunning van een coffeeshop. Het gaat dan om een zogeheten schaarse vergunning en hiervoor is het niet mogelijk een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen. Daarom is in bijlage 1 een selectie- en gunningsleidraad opgenomen waarin staat hoe de vergunning voor een coffeeshop wordt verleend. De vergunning wordt verleend voor een termijn van 5 jaar.
Artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening
Artikel 2:28 van de APV biedt de gemeente de mogelijkheid toezicht te houden en handhavend op te treden bij horecabedrijven. Een coffeeshop valt hier ook onder. Een coffeeshop is hiermee verplicht een vergunning aan te vragen voor de exploitatie en geeft de gemeente de bevoegdheid voorschriften op te leggen. In bijlage 1 is de aanvraagprocedure voor een coffeeshop opgenomen. In bijlage 3 zijn de voorschriften opgenomen die worden gesteld aan de exploitatievergunning van een coffeeshop.
Artikel 2:28 van de APV:
1. Het is verboden een horecabedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. De behandelingstermijn is 8 weken. Deze termijn kan met maximaal 8 weken worden verlengd.
2. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan.
3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
4. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie.
5. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting in een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van de winkelactiviteit.
6. Voor de openbare inrichting als bedoeld in lid 5 gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
7. Voorts geldt het eerste lid niet voor:
a. een openbare inrichting in zorginstellingen;
b. een openbare inrichting in musea;
c. een openbare inrichting in buurthuizen;
d. een openbare inrichting in verenigingsgebouwen.
8. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de aanvrager geen verklaring omtrent gedrag overlegt die uiterlijk drie maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend, is afgegeven.
9. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid.
Gedoogbeleid
Er is een landelijk en gemeentelijk gedoogbeleid. Het landelijke kader van het gedoogbeleid bestaat uit de Opiumwet en de Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie (OM). In artikel 3 van de Opiumwet staat het verbod op de verkoop van hennepproducten. Deze producten staan gespecificeerd op Lijst II van dezelfde wet.
De basis van het gedoogbeleid is de Aanwijzing Opiumwet van het OM. Onder strenge voorwaarden, die in de Aanwijzing staan beschreven, wordt er niet strafrechtelijk opgetreden tegen de verkoop van hennepproducten die op Lijst II staan. Deze voorwaarden gelden voor alle coffeeshops in Nederland. Het is niet mogelijk om als gemeente in het coffeeshopbeleid hiervan af te wijken. De voorwaarden worden ook wel aangeduid als AHOJGI-criteria.
Op grond van de AHOJGI-criteria is het voor een coffeeshop verboden te:
- Afficheren;
- Harddrugs te verhandelen;
- Overlast te veroorzaken;
- Jeugdigen onder de 18 jaar in de coffeeshop toe te laten of aan hen te verkopen;
- Grote hoeveelheden te verhandelen (niet meer dan 5 gram per persoon per transactie) of op voorraad te hebben (niet meer dan 500 gram);
- toegang te verlenen en te verkopen aan anderen dan Ingezetenen van Nederland.
Per 1 januari 2013 is het ingezetencriterium aan de gedoogcriteria toegevoegd. Het criterium maakt daarmee onderdeel uit van het landelijk kader, waarmee het lokale beleid in overeenstemming dient te zijn. De invoering van het ingezetenencriterium dient echter te worden onderscheiden van de handhaving van het criterium. De prioriteit van handhaving van het criterium kan namelijk in overleg met de lokale driehoek worden vastgesteld, waarbij wordt aangesloten bij het lokale drugsbeleid. In de gemeente Oude IJsselstreek zal om deze reden geen prioriteit worden gegeven aan de handhaving van het criterium.
Bij constatering van een overtreding van een van de bovenstaande criteria kan het OM, de politie of de gemeente optreden aan de hand van onderstaand handhavingsarrangement.
De hoogte van de dwangsom en de sluiting voor een langere periode zijn nader te bepalen. De burgemeester is bevoegd om gemotiveerd af te wijken van onderstaand handhavingsarrangement.
Criterium
Aantal overtredingen
Bestuurlijke actie
Affichering
1e keer
Schriftelijke waarschuwing
2e keer binnen 3 jaar na eerdere constatering
Last onder dwangsom
3e keer binnen 3 jaar na eerdere constatering
Sluiting voor 3 maanden
4e keer binnen 3 jaar na eerdere constatering
Sluiting zolang de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht
Overlast met criminele activiteiten (ernstig of dreigende verstoring van het woon- en leefklimaat in of rondom de coffeeshop waarbij ook criminele activiteiten vanuit de coffeeshop worden ontplooid).
1e keer
Sluiting voor 12 maanden
Overlast zonder criminele activiteiten
(dreigende verstoring van het woon- en leefklimaat in of rondom de coffeeshop door gedragingen van bezoekers, personeel e.d. zonder criminele activiteiten; er zijn meerdere klachten geregistreerd bij de politie.)
1e keer
Schriftelijke waarschuwing
2e keer binnen 3 jaar
Last onder dwangsom
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 3 maanden
4e keer binnen 3 jaar
Sluiting zolang de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht
Intrekking van de gedoogbeschikking
Verkoophoeveelheid p.p.p.d.
1e keer
Sluiting voor 3 maanden
2e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 6 maanden
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 12 maanden
4e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor de duur dat de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht als je de gedoogbeschikking intrekt, kan nu sluiting de bedrijfsvoering niet weer worden opgepakt. Dan enkel op exploitatievergunning
Intrekking van de gedoogbeschikking
Jeugd
1e keer
Sluiting voor 3 maanden
2e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 6 maanden
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 12 maanden
4e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor de duur dat de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht idem
Intrekking van de gedoogbeschikking
Alcohol
1e keer
Schriftelijke waarschuwing
2e keer binnen 3 jaar
Last onder dwangsom
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 3 maanden
4e keer
Intrekken van de gedoogbeschikking
Handelsvoorraad
1e keer
Sluiting voor 3 maanden
2e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 6 maanden
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 12 maanden
4e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor de duur dat de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht idem
Intrekking van de gedoogbeschikking
Harddrugs
1e keer
De gedoogbeschikking intrekken en de exploitant gedurende 10 jaar weren uit gemeente
Ingezetenen
1e keer
Sluiting voor 3 maanden
2e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 6 maanden
3e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor 12 maanden
4e keer binnen 3 jaar
Sluiting voor de duur dat de burgemeester dit afhankelijk van de ernst van de overtreding en van de omstandigheden nodig acht idem
Intrekking van de gedoogbeschikking
Naast de exploitatievergunning is een coffeeshop ook verplicht te beschikken over een gedoogverklaring van de gemeente. In de gedoogverklaring zijn in aanvulling op het landelijk gedoogbeleid voorschriften opgenomen die worden gesteld aan het gedogen van een coffeeshop in de gemeente Oude IJsselstreek. De gemeente kan hier toezicht op houden en indien nodig handhavend optreden. Bij overtredingen van de voorschriften van de gedoogverklaring is artikel 13b van de Opiumwet de basis voor handhavend optreden en dus niet de gedoogverklaring zelf.
In bijlage 2 zijn de gedoogvoorschriften terug te vinden. In hoofdstuk 5 wordt uitgebreider ingegaan op het gemeentelijk gedoogbeleid.
Artikel 2:74a APV Openlijk drugsgebruik
In dit artikel van de Algemene Plaatselijke Verordening is het verboden om op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Mede op basis van dit artikel kan worden gehandhaafd op handel op straat. Tevens kan er gericht op (minderjarige)jeugd(groepen) gehandhaafd worden op drugsgebruik. Er kan dan van de gelegenheid gebruik worden gemaakt met de jeugd in gesprek te gaan over drugs(gebruik).
Wet Bibob
Sinds 2003 is de Wet Bibob van kracht. Bibob staat voor ‘Bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur’. De wet geeft gemeenten meer mogelijkheden om bij onder andere het verlenen van vergunningen eventuele criminele activiteiten van de aanvragers van de vergunning mee te wegen in de vergunningverlening.
Op grond van artikel 3 van de Wet Bibob kan een verklaring geweigerd of ingetrokken worden indien:
- Sprake is van een ernstig gevaar dat de verklaring mede gebruikt zal worden om strafbare feiten te plegen of om voordeel te halen uit het plegen van strafbare feiten;
- Een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijgen van de aangevraagde dan wel gegeven vergunning een strafbaar feit is gepleegd.
Op basis van de Wet Bibob heeft de gemeente een beleidslijn Bibob voor de gemeente Oude IJsselstreek opgesteld. Hierin is opgenomen in welke situaties nader onderzoek wordt gedaan of een advies wordt gevraagd bij het Landelijk Bureau Bibob. Als gevolg van dit beleid wordt bij elke aanvraag voor een verklaring als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening (exploitatievergunning) een Bibob-toets uitgevoerd.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Bestuurs- en strafrechtelijk optreden
Onderdeel van Uitvoeringsnota Drugsbeleid 2021 Gemeente Oude IJsselstreek
Verwijzingen
- Artikel 1
- artikel 13b van de Opiumwet
- artikel 77
- artikel 3 van de Opiumwet
- Artikel 77
- artikel 13b
- artikel 13b
- artikel 3a
- Artikel 2
- artikel 13b
- Artikel 2
- artikel 1
- artikel 10a
- artikel 13b
- artikel 5
- artikel 11a
- Artikel 2
- artikel 13b
- artikel 13b
- artikel 77
- artikel 13b
- Artikel 1
- artikel 2
- artikel 2
- artikel 13b
- Artikel 2
- artikel 13b