Naar hoofdinhoud
De hoogte van het pgb is vastgesteld in de Verordening Wmo en de Verordening Jeugdhulp. Daarbij neemt de gemeente in acht wat het goedkoopst adequaat is. Voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen waarbij de gemeente een overeenkomst heeft met een leveranciers, geldt dat het pgb maximaal gelijk is aan dat wat de gemeente overeen is gekomen met de (ZIN) leverancier. Als de client een hoger budget nodig heeft, komt de meerprijs voor eigen rekening. Bij de verlening van een rolstoel of specifieke vervoers- roerende woonvoorziening (uitgezonderd een badplank) in de vorm van een pgb wordt rekening gehouden met kosten voor onderhoud, reparatie en een eventuele WA-verzekering. Dit betreft 5% van het budget.

Rechtspraak bij dit artikel