De volgende weigerings- en herzieningsgronden komen voort uit artikel 2.3.10 van de Wmo 2015 en artikel 8.1.4 van de Jeugdwet.
Het pgb kan worden geweigerd of ingetrokken en eventueel omgezet naar zorg in natura als:
de cliënt een zeer progressieve ziekte heeft, waardoor hij in de loop der tijd zijn verantwoordelijkheden niet meer aan kan, tenzij iemand uit zijn netwerk de verantwoordelijkheden kan overnemen;
blijkt dat de cliënt (eerder) onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
eerder misbruik is gemaakt van het pgb;
eerder sprake is geweest van fraude;
de cliënt niet langer op het pgb is aangewezen;
pgb niet meer toereikend is te achten;
de cliënt niet (meer) voldoet aan de aan het toekennen van een pgb verbonden voorwaarden;
de cliënt (eerder) het pgb niet of voor een ander doel gebruikt,
voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening
Hoofdstuk 4
Artikel 13