Een voorwaarde om voor een pgb in aanmerking te komen is dat de ondersteuning of voorziening die de cliënt wil inkopen van goede kwaliteit is. Het ingekochte product moet veilig, doeltreffend en cliëntgericht zijn. Als de gemeente van oordeel is dat het product van onvoldoende kwaliteit is dan mag de gemeente het verzoek om een pgb weigeren.
Er geldt een zelfstandig kwaliteitsregime voor alle aanbieders van jeugdhulp. In de Jeugdwet (hoofdstuk4) zijn de volgende kwaliteitseisen vastgelegd:
De norm van verantwoorde hulp, inclusief de verplichting om geregistreerde professionals in te zetten.
Gebruik van een hulpverleningsplan of plan van aanpak als onderdeel van verantwoorde hulp.
Systematische kwaliteitsbewaking door de jeugdhulpaanbieder.
Verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle medewerkers van een jeugdhulpaanbieder, uitvoerders van kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering.
De verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De meldplicht calamiteiten en geweld.
Verplichting om de vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
In de Wmo 2015 zijn de kwaliteitseisen niet specifiek beschreven. In de verordening maatschappelijke ondersteuning van gemeente Ede zijn de kwaliteitseisen voor professionele zorgaanbieders, waaronder aanbieders die worden ingekocht met een pgb, weergegeven.
Voor een budgethouder die jeugdhulp of ambulante ondersteuning vanuit de Wmo 2015 wil inkopen met een pgb, gelden aanvullend de volgende eisen;
Basiseisen:
De ondersteuning moet leiden tot of een bijdrage leveren aan wat voor de budgethouder noodzakelijk is.
De budgethouder moet de juiste hoeveelheid ondersteuning inkopen. Dat wil zeggen, niet te veel waardoor de zelfredzaamheid wordt beperkt en niet te weinig waardoor de situatie niet verbetert.
De ondersteuning moet aanwezig zijn op de momenten dat deze nodig is, eventueel ook ’s avonds, ’s nachts en in het weekend.
In geval van afwezigheid door vakantie, ziekte of andere oorzaken is de budgethouder verantwoordelijk voor de continuïteit van zorg.
De ondersteuning moet, indien relevant, het systeem rondom de cliënt ondersteunen en rekening houden met de belangen van de overige gezinsleden en/of mantelzorgers en aansluiten bij andere zorg en ondersteuning in het gezin.
Iedere zorgverlener heeft een Verklaring omtrent gedrag (VOG), die niet ouder is dan drie jaar en die minimaal getoetst is op:
Het verlenen van diensten (nr. 41);
Het verlenen van diensten in de persoonlijke leefomgeving (nr. 43);
Belast zijn met de zorg voor minderjarigen (nr 84, in geval van jeugdhulp)
Belast zijn met de zorg voor (hulpbehoevende) personen, zoals ouderen en gehandicapten (nr. 85).
De enige uitzondering hierop is als er ondersteuning door familielid van de budgethouder in de eerste of tweede graad wordt ingekocht.
Kwaliteitseisen professionele ondersteuning
De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.
De zorgverlener is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voor de betreffende zorg.
Medewerkers zijn, indien van toepassing, geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie. Jeugdwet: zorgverlener is geregistreerd in het kwaliteitsregister Jeugd en/of BIG.
De ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de budgethouder. Deze kwalificaties kunnen blijken uit scholing en deskundigheid van de zorgverlener.
De zorgverlener zorgt voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers.
De zorgverlener heeft een systematische kwaliteitsbewaking.
De zorgverlener heeft de meldplicht om calamiteiten, geweld en andere gebeurtenissen te melden aan gemeenten of inspectie voor gezondheidszorg conform het calamiteitenprotocol.
De zorgverlener heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
Kwaliteitseisen niet-professionele ondersteuning
De zorgverlener voldoet aan de basiseisen.
De zorgverlener heeft de juiste ervaring of deskundigheid die verlangd wordt bij de zorgvraag.
De zorgverlener mag op geen enkele wijze druk op de budgethouder uitoefenen bij zijn besluitvorming om met pgb niet-professionele ondersteuning in te kopen.
De zorgverlener kan de ondersteuning volhouden. Geeft de persoon in kwestie aan overbelast te zijn (of blijkt dit op een andere wijze), dan is de kwaliteit niet gewaarborgd.