In de verordening artikel 18 onder c is opgenomen dat er recht bestaat op aangepast vervoer indien er sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Er is sprake van een ernstige benadeling van het gezin, als één van de volgende situaties aanwezig is:
Er is sprake van een eenouder gezin en
andere kinderen van negen jaar of jonger zijn thuis. Deze kinderen hebben aantoonbaar begeleiding nodig naar school, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
de ouder heeft een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap waardoor begeleiding tijdens het vervoersmoment onmogelijk is;
de ouder kan aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment vanwege een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet.
Er is sprake van een gezamenlijke huishouding en beide ouders kunnen aantoonbaar onmogelijk de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen vormgeven gedurende het vervoersmoment omdat bij hen beiden sprake is van:
een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap bij beide ouders;
een scholings- of arbeidsverplichting vanuit de Participatiewet bij beide ouders.
één ouder een aantoonbare structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuigelijke of psychische handicap heeft en de andere ouder heeft zorg voor de andere kinderen van negen jaar of jonger, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening.
Het reizen per openbaar vervoer kost de begeleider meer dan de acceptabel te achten begeleidingstijd, te weten:
méér dan zes uur reistijd per dag voor leerlingen van regulier basisonderwijs;
méér dan drie uur reistijd per dag voor leerlingen van het speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Hoofdstuk 3.
Artikel 7.