**1..** Het college kan besluiten om voor bepaalde (nieuw te ontwikkelen) gebieden een supervisor aan te stellen met als taak de ruimtelijke kwaliteit te stimuleren en ontwerpers en planindieners in de vroege fasen van de planvorming reeds te informeren en te begeleiden.
**2..** Bij het aanstellen van een supervisor moet zorg worden gedragen voor een heldere omschrijving van taken en bevoegdheden en een goede afstemming tussen supervisie en planbeoordeling in de commissie. Deze wordt vastgelegd in de supervisie-opdracht, welke deel uitmaakt van het contract met de supervisor.
**3..** Voor supervisie gelden de volgende uitgangspunten:
de door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsspecifieke beleidsdocumenten (stedenbouwkundig plan, beeldkwaliteitplan, gebiedsgerichte criteria) gelden naast de reguliere beleidsdocumenten als leidraad voor de planbegeleiding onder leiding van de supervisor én als inhoudelijk kader voor de planbeoordeling in het betreffende gebied;
de inhoudelijke kaders voor de supervisieopdracht worden besproken met en van advies voorzien door de commissie;
de rol van de supervisor wordt ook in de contracten met de verschillende opdrachtgevers en projectontwikkelaars vastgelegd, om te voorkomen dat bouwplannen rechtstreeks aan de commissie worden voorgelegd;
tijdens het planvormingsproces is de supervisor primair verantwoordelijk voor de planbegeleiding van een architect/indiener, daarbij rekening houdend met de geldende wettelijke beleids- en toetsingskaders;
aanvragen in de supervisiegebieden worden getoetst door de commissie zoals beschreven in dit reglement;
de supervisor voorziet bouwaanvragen van een onderbouwing en licht deze zo nodig toe in de commissie;
de functie van de supervisor is tijdelijk en vervalt zodra het laatste bouwplan in het supervisiegebied is vergund of de overeengekomen contractduur is verstreken.
**4..** Een supervisor is niet betrokken bij bouwaanvragen in het supervisiegebied anders dan op basis van de supervisieopdracht van de gemeente.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 20