**1..** De leden van de raadscommissies worden door de fracties aangewezen. De leden kunnen zowel raadsleden als niet-raadsleden zijn.
** 2. .** Elke fractie kan een lid per commissie aanwijzen.
Fracties die met vier of meer leden in de gemeenteraad vertegenwoordigd zijn, kunnen voor de commissies Samenleving en Ruimte twee leden per commissie aanwijzen.
Als lid van de commissie Bestuurszaken wordt door de fracties in elk geval de fractievoorzitter aangewezen.
Elke fractie kan een (per vergadering wisselend) extra lid aanwijzen. Indien hiervan gebruik wordt gemaakt, moet één van de leden raadslid zijn.
** 3. .** De artikelen 10 t/m 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de leden van een raadscommissie. De leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen voor de gemeenteraad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie.
** 4. .** De fracties wijzen voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie aan, dat zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid genoemde vereisten.
** 5. .** Een commissielid, zijnde een niet-raadslid, wordt door de voorzitter van de commissie opgeroepen om in de eerste vergadering in nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte af te leggen.
** 6. .** In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd commissielid, zijnde een niet-raadslid, op in de eerste vergadering waaraan het commissielid deelneemt de eed of verklaring en belofte af te leggen.
Hoofdstuk 2
Artikel 4