Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.1

Bodemonderzoek bij omgevingsvergunningsaanvraag activiteit bouwen

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer

Bij een omgevingsvergunning activiteit bouwen is het in het in artikel 6.2c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geregeld dat deze niet eerder in werking treedt nadat: is vastgesteld dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging ten aanzien waarvan spoedige sanering noodzakelijk is, of met het (deel)saneringsplan is ingestemd, of een BUS-melding is gedaan en de vijfwekentermijn is verstreken. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit bouwen moet bodeminformatie worden verzameld (zie artikel 8 vierde lid van de Woningwet en artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht). Als geen bodeminformatie bekend is moet een bodemonderzoek worden uitgevoerd. Bij een omgevingsvergunningsaanvraag bouw is geen bodemonderzoek nodig wanneer: het een bouwwerk is wat staat beschreven in de artikelen 2 en 3 van de bijlage II uit het Besluit Omgevingsrecht of vergelijkbaar in aard en omvang; of het bouwwerk de grond niet raakt; of in het bouwwerk minder dan 2 uur per dag mensen verblijven. Let op! Vanuit andere regelgeving (bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit) kan bodemonderzoek toch nodig zijn. De gemeenten bieden de mogelijkheid om in sommige gevallen de bodemkwaliteitskaart te gebruiken om uit te sluiten dat er gebouwd gaat worden op ernstig verontreinigde grond (zie § 11.3).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel