Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13

Artikel 13.3

Aanvullende bodeminformatie

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer

13.3.1Uitgesloten locaties en gebieden Een aantal locaties en gebieden zijn nu uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie hoofdstuk 2) omdat deze gebieden door andere organisaties worden beheerd en/of dat te weinig bodemgegevens beschikbaar zijn om een goede uitspraak te kunnen doen over de bodemkwaliteit. Als in de looptijd van de bodemkwaliteitskaart alsnog voldoende gegevens beschikbaar komen om deze gebieden te zoneren, kan de gemeenteraad haar bevoegdheid deze gebieden desgewenst toe te voegen aan bodemkwaliteitskaart en het bodembeheergebied aan het college van burgemeester en wethouders delegeren. Voorwaarde hierbij is dat de indeling van de bodemkwaliteitszones niet wijzigt. 13.3.2Resultaten bodemonderzoek op een verdachte locatie Van bodemverontreiniging verdachte locaties maken geen deel uit van de bodemkwaliteitskaart. In de situatie dat er op een verdachte locatie een bodemonderzoek conform de NEN 5740 is uitgevoerd, kan de gemeenteraad haar bevoegdheid de voormalige verdachte locatie toe te voegen aan de bodemkwaliteitskaart (als de resultaten van het bodemonderzoek aangeven dat de grond voldoet aan de gebiedseigen kwaliteit van de omliggende bodemkwaliteitszone) aan het college van burgemeester en wethouders delegeren. Gebiedseigen kwaliteit, de lokale achtergrondwaarde, wordt gedefinieerd als het gehalte van een stof dat voldoet aan de 90-percentielwaarde van de betreffende bodemkwaliteitszone (zie bijlage 7b). Als de 90-percentielwaarde lager dan de Achtergrondwaarde (AW2000) is gelegen, wordt de Achtergrondwaarde (AW2000) als lokale achtergrondwaarde gehanteerd. Daarna kan de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische bodemkwaliteit op de locatie, mét het uitgevoerde bodemonderzoek als aanvullend bewijsmiddel.

Rechtspraak bij dit artikel