Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.8

Toepassen van grond in een grootschalige bodemtoepassing

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent het bodembeheer

De toepassing van grond in een grootschalige bodemtoepassing is beschreven in § 2.1.1 van bijlage 2. De initiatiefnemer van de grootschalige bodemtoepassing neemt in de planfase contact op met de Omgevingsdienst Rivierenland. Per situatie worden de uitgangspunten voor grootschalige bodemtoepassingen in overleg tussen de initiatiefnemer en de Omgevingsdienst Rivierenland vastgelegd. Afhankelijk van de beoordeling van de Omgevingsdienst Rivierenland moet de initiatiefnemer aantonen dat de grond die wordt verwerkt in de kern van de grootschalige bodemtoepassing maximaal de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ heeft en voldoet aan de emissietoetswaarden, die zijn opgenomen in bijlage B (tabel 1) van de Regeling, zodat wordt voorkomen dat er onaanvaardbare uitloging van stoffen naar de onderliggende bodemlaag kan plaatsvinden. Ook moet worden aangetoond dat de grond die wordt verwerkt in de leeflaag van de grootschalige bodemtoepassing voldoet aan de toepassingseisen van de locatie waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd. De kwaliteit van de grond die in de leeflaag wordt toegepast moet voldoen aan de generieke toepassingseisen, of aan de vastgestelde Lokale Maximale Waarden (de gebiedsspecifieke toepassingseisen, zie § 4.3). In de bodemkwaliteitszones ‘B1./O1.Wonen voor 1950 I’, ‘B4./O4. Industrie voor 1950’, ‘B8. Wegbermen buitengebied’ worden relatief vaak (sterk) verhoogde gehalten met zware metalen en/of PAK aangetoond. In bodemkwaliteitszone ‘B7. (Voormalige) boomgaarden’ komen relatief vaak (sterk) verhoogde gehalten met bestrijdingsmiddelen voor. De gemeenten stellen daarom strenger beleid, dan het generieke kader van het Besluit, vast voor grond die vanuit deze bodemkwaliteitszone in een grootschalige bodemtoepassing wordt toegepast. Grond vanuit deze bodemkwaliteitszone moet voorafgaand aan de toepassing worden gekeurd (zie § 8.2.1). Afhankelijk van de keuringsresultaten en de toets aan de emissietoetswaarden mag de grond worden toegepast of moet worden getransporteerd naar een erkend verwerker. Als de gemiddelde waarden van een bodemkwaliteitszone voldoen aan de emissietoetswaarden, dan is het toegestaan dat de bodemkwaliteitskaart gebruikt mag worden als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van grond die wordt toegepast in een grootschalige bodemtoepassing. Voorwaarden die hierbij gelden zijn: De grond is afkomstig van een gezoneerd gebied (zie hoofdstuk 2 voor de niet gezoneerde gebieden). De grond is afkomstig van een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie(zie § 8.1). De grond die wordt toegepast voldoet aan het maximaal percentage bodemvreemd materiaal zoals is omschreven in § 5.1 en bijmenging van asbest (zie § 5.2). In § 4.3.2 zijn strengere eisen gesteld aan grootschalige bodemtoepassingen in grondwaterbeschermingsgebieden. Toepassen PFAS-houdende grond De PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de kern van de grootschalige bodemtoepassing boven grondwaterniveau 18 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast. moet voldoen aan de toepassingswaarden voor de bodemfunctieklassen ‘Wonen’ en ‘Industrie’: PFOA: 7,0 µg/kg ds. Alle andere PFAS-verbindingen: 3,0 µg/kg ds. De PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in het lichaam van de grootschalige bodemtoepassing onder grondwaterniveau 19 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau’: Op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Als de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terecht komt, wordt de grond geacht boven het grondwater te zijn toegepast. moet voldoen aan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden: PFOA: 1,9 µg/kg ds. Alle andere PFAS-verbindingen: 1,4 µg/kg ds. Oók moet worden aangetoond dat de PFAS-houdende grond die wordt verwerkt in de leeflaag van de grootschalige bodemtoepassing voldoet aan de toepassingseisen van de locatie waar de grootschalige bodemtoepassing wordt gerealiseerd. De kwaliteit van de PFAS-houdende grond die in de leeflaag wordt toegepast moet voor PFAS-verbindingen voldoen aan de gedefinieerde Lokale Maximale Waarden (zie § 4.3.7, tabel 4.2, blz. 33/81).

Rechtspraak bij dit artikel